Art. 70 GTM-kaderverordening, Bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat een belangrijke onder toezicht staande entiteit als minder belangrijk wordt ingedeeld
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. Van bijzondere omstandigheden zoals vermeld in de tweede en vijfde alinea van artikel 6, lid 4, van de GTM-verordening (hierna de „bijzondere omstandigheden”) is sprake indien er specifieke en feitelijke omstandigheden zijn waardoor de indeling als belangrijk niet passend is in het licht van de doeleinden en beginselen van de GTM-verordening en meer in het bijzonder om de vereiste consistente toepassing van hoge toezichtstandaarden te garanderen.
2. De term „bijzondere omstandigheden” wordt strikt geïnterpreteerd.