Art. 22 GTM-kaderverordening, Het recht van de ECB om de NBA’s of NAA’s te instrueren omtrent de gebruikmaking van hun bevoegdheden en het nemen van maatregelen indien de ECB een toezichthoudende taak heeft, maar geen daaraan gerelateerde bevoegdheid
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. De ECB kan, in de mate waarin dit noodzakelijk is om de bij de GTM-verordening aan haar opgedragen taken te verrichten, de NBA’s en/of de NAA’s door middel van instructies verzoeken hun bevoegdheden uit te oefenen op basis van en in overeenstemming met de in de nationale wetgeving bepaalde voorwaarden en zoals voorzien in artikel 9 van de GTM-verordening, indien die bevoegdheden niet middels de GTM-verordening aan de ECB zijn toegekend.
2. De NBA’s en/of, voor wat betreft artikel 5 van de GTM-verordening, de NAA’s, verschaffen onverwijld informatie aan de ECB omtrent de uitoefening van deze bevoegdheden.