Art. 7 Verordening (EU) nr. 165/2014, Gegevensbescherming

Verordening (EU) nr. 165/2014

1. De lidstaten zien erop toe dat persoonsgegevens in het kader van deze verordening alleen worden verwerkt om te controleren of deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006 worden nageleefd en of de verwerking geschiedt overeenkomstig de Richtlijnen 95/46/EG en 2002/58/EG en onder toezicht van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat in de zin van artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG.

2. De lidstaten zien er met name op toe dat persoonsgegevens worden beschermd tegen ander gebruik dan het gebruik dat strikt verbonden is met deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006, overeenkomstig lid 1 met betrekking tot:

— het gebruik van wereldwijde navigatiesatellietsystemen (GNSS) voor de registratie van locatiegegevens, bedoeld in artikel 8;

— het gebruik van telecommunicatie voor controledoeleinden, bedoeld in artikel 9;

— het gebruik van tachografen met een interface, bedoeld in artikel 10;

— de elektronische uitwisseling van informatie over bestuurderskaarten, bedoeld in artikel 31 en in het bijzonder grensoverschrijdende uitwisseling van die gegevens met derde landen;

— de registratie van gegevens door transportondernemingen zoals bedoeld in artikel 33.

3. Digitale tachografen worden zodanig ontworpen dat de privacy wordt gegarandeerd. Alleen de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening worden verwerkt.

4. Eigenaren van het voertuig, de vervoersonderneming, en elke andere betrokken entiteit nemen, in voorkomend geval, de toepasselijke voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens in acht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen