Art. 31 Verordening (EU) nr. 165/2014, Elektronische uitwisseling van de gegevens op de bestuurderskaart

Verordening (EU) nr. 165/2014

1. Om zeker te stellen dat een aanvrager niet reeds houder is van een geldige bestuurderskaart in de zin van artikel 26 voeren de lidstaten een elektronisch register waarin aantekening wordt gehouden van de volgende gegevens van bestuurderskaarten, met inbegrip van de in artikel 26, lid 4, bedoelde kaarten, gedurende een termijn die ten minste even lang is als de geldigheidstermijn van die kaarten:

— naam en voornaam van de bestuurder,

— geboortedatum en, indien bekend, geboorteplaats van de bestuurder,

— nummer van een geldig rijbewijs en plaats van afgifte van het rijbewijs (indien van toepassing),

— status van de bestuurderskaart,

— nummer van de bestuurderskaart.

2. De Commissie en de lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de elektronische registers met elkaar verbonden en in de hele Unie beschikbaar zijn met behulp van het TACHOnet-meldingssysteem als bedoeld in Aanbeveling 2010/19/EU of een compatibel systeem. In het geval van een dergelijk compatibel systeem zullen elektronische gegevens met alle andere lidstaten via het TACHOnet-berichtensysteem kunnen worden uitgewisseld.

3. In geval van afgifte, vervanging of, indien nodig, vernieuwing van de bestuurderskaart gaan de lidstaten via de elektronische uitwisseling van gegevens na of de bestuurder niet reeds in het bezit is van een andere geldige bestuurderskaart. Slechts de voor dit doel benodigde gegevens worden uitgewisseld.

4. Controleambtenaren krijgen toegang tot het elektronisch register om de status van een bestuurderskaart na te gaan.

5. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de gemeenschappelijke procedures en specificaties voor de in lid 2 bedoelde verbinding vast, waaronder het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers, de toegangsprocedures en de beveiligingsmechanismen. De uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen