Art. 48 Richtlijn 2014/59/EU, Volgorde van afschrijvingen en omzettingen

Richtlijn 2014/59/EU

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten bij de toepassing van het instrument van bail-in, behoudens de uitzonderingen in artikel 44, leden 2 en 3, de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden met inachtneming van de volgende vereisten uitoefenen:

a) tier 1-kernkapitaalposten worden verlaagd overeenkomstig artikel 60, lid 1, onder a);

b) indien, en alleen indien, de totale verlaging overeenkomstig punt a) minder dan de som van de in artikel 47, lid 3, onder b) en c), bedoelde bedragen is, verlagen de autoriteiten de hoofdsom van de aanvullende tier 1-instrumenten in de mate die noodzakelijk is en in de mate van hun vermogen;

c) indien, en alleen indien, de totale verlaging overeenkomstig punt a) en punt b) minder dan de som van de in artikel 47, lid 3, onder b) en c), bedoelde bedragen is, verlagen de autoriteiten de hoofdsom van de aanvullende tier 2-instrumenten in de mate die noodzakelijk is en in de mate van hun vermogen;

d) indien, en alleen indien, de totale vermindering van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten en de relevante kapitaalinstrumenten overeenkomstig de punten a), b) en c) minder dan de som van de in artikel 47, lid 3, onder b) en c), bedoelde bedragen is, verlagen de autoriteiten volgens de rangorde van vorderingen in normale insolventieprocedures de hoofdsom van de achtergestelde schuld die geen aanvullend tier 1- of tier 2-kapitaal is, in combinatie met de afschrijving ingevolge de punten a), b) en c), in de mate die noodzakelijk is om de som van de in de punten b) en c) van artikel 47, lid 3, bedoelde bedragen te verkrijgen;

e) indien, en alleen indien, de totale vermindering van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten, de relevante kapitaalinstrumenten en de in aanmerking komende passiva overeenkomstig de punten a) tot en met d) van dit lid minder dan de som van de in artikel 47, lid 3, onder b) en d), bedoelde bedragen is, verlagen de autoriteiten overeenkomstig artikel 44 de hoofdsom van, of het uitstaande verschuldigde bedrag met betrekking tot, de rest van de in aanmerking komende passiva volgens de rangorde van vorderingen in normale insolventieprocedures, daaronder begrepen de rangorde van deposito’s in artikel 108, in combinatie met de afschrijving ingevolge de punten a), b), c), en d) van dit lid, in de mate die noodzakelijk is om de som van de in de punten b) en c) van artikel 47, lid 3, bedoelde bedragen te verkrijgen.

2. Wanneer zij de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden uitoefenen, verdelen de afwikkelingsautoriteiten de verliezen die vertegenwoordigd worden door de som van de in artikel 47, lid 3, onder b) en c), bedoelde bedragen gelijkelijk over de aandelen en andere eigendomsinstrumenten en de in aanmerking komende passiva van dezelfde rang door de hoofdsom van, of het uitstaande verschuldigde bedrag met betrekking tot, die aandelen en andere eigendomsinstrumenten en in aanmerking komende passiva in dezelfde mate naar rato van de waarde ervan te verlagen, behalve indien een andere verdeling van de verliezen over passiva van dezelfde rang onder de in artikel 44, lid 3, bedoelde voorwaarden is toegestaan.

Dit lid belemmert niet dat passiva die overeenkomstig artikel 44, leden 2 en 3, van inbreng uit de particuliere sector uitgesloten zijn, een gunstiger behandeling krijgen dan de in aanmerking komende passiva die in normale insolventieprocedures tot dezelfde rang behoren.

3. Alvorens de in lid 1, onder e), bedoelde afschrijving of omzetting toe te passen, verrichten de afwikkelingsautoriteiten een omzetting of een verlaging van de hoofdsom met betrekking tot de in lid 1, onder b), c), en d), bedoelde instrumenten wanneer aan deze instrumenten de volgende voorwaarden verbonden waren en nog niet zijn omgezet:

a) voorwaarden waarin wordt bepaald dat de hoofdsom van het instrument wordt verlaagd bij het plaatsvinden van een gebeurtenis die van invloed is op de financiële positie, de solvabiliteit of het niveau van het eigen vermogen van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d);

b) voorwaarden die voorzien in de omzetting van de instrumenten in aandelen of andere eigendomsinstrumenten bij het plaatsvinden van een dergelijke gebeurtenis.

4. Indien de hoofdsom van een instrument in overeenstemming met de voorwaarden van het in lid 3, onder a), bedoelde type werd verlaagd, maar niet tot nul, vóór de toepassing van het instrument van bail-in of ingevolge lid 1, passen de afwikkelingsautoriteiten overeenkomstig lid 1 de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden toe op het resterende bedrag van deze hoofdsom.

5. Wanneer zij beslissen of passiva moeten worden afgeschreven of in aandelen moeten worden omgezet, mogen de afwikkelingsautoriteiten niet een categorie passiva omzetten terwijl een categorie passiva die aan die categorie passiva achtergesteld is, grotendeels niet in aandelen wordt omgezet of niet wordt afgeschreven, tenzij anders bepaald in artikel 44, leden 2 en 3.

6. Voor de toepassing van dit artikel, vaardigt EBA uiterlijk op 3 januari 2016, richtsnoeren uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 voor de interpretatie van het onderlinge verband tussen de bepalingen van deze richtlijn en de bepalingen van Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2013/36/EU.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen