Art. 24 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Verordening (EU) nr. 1316/2013

1. De Commissie neemt passende maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie tijdens de uitvoering van de bij deze verordening gefinancierde acties, door middel van maatregelen ter preventie van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, effectieve controles en, bij ontdekking van onregelmatigheden, terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bedragen alsmede, in voorkomend geval, toepassing van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties.

2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer kunnen, op basis van documenten of ter plaatse, audits uitvoeren bij alle subsidiebegunstigden, uitvoeringsorganen en contractanten en subcontractanten die op grond van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.

3. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan, overeenkomstig de bepalingen en procedures die zijn vastgesteld bij Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (23) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (24), een onderzoek instellen, en met name controles en inspecties ter plaatse verrichten, teneinde na te gaan of er, in verband met een subsidieovereenkomst of een subsidiebesluit of een op grond van deze verordening gefinancierd contract, sprake is van fraude, corruptie of andere illegale activiteiten die gevolgen hebben voor de financiële belangen van de Europese Unie.

4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden, in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten en contracten die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, bepalingen opgenomen waarbij aan de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk het recht wordt verleend overeenkomstig hun respectieve bevoegdheid dergelijke audits uit voeren en onderzoek in te stellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen