Art. 27 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Evaluatie
Verordening (EU) nr. 1316/2013
1. Uiterlijk op 31 december 2017 bereidt de Commissie, in samenwerking met de betrokken lidstaten en begunstigden, een evaluatieverslag voor ten behoeve van het Europees Parlement en de Raad op, betreffende de verwezenlijking van de beoogde resultaten en het beoogde effect van alle maatregelen, de efficiëntie bij het gebruik van de middelen, en de Europese meerwaarde van het CEF, met het oog op het nemen van besluiten over het verlengen, wijzigen of opschorten van de maatregelen. Tijdens de evaluatie gaat de Commissie ook na of er ruimte is voor vereenvoudiging en bekijkt zij de interne en externe samenhang van de maatregelen, de blijvende relevantie van alle doelstellingen en de bijdrage ervan aan de Unieprioriteiten inzake slimme, duurzame en inclusieve groei, waaronder het effect op de economische, sociale en territoriale samenhang. Het evaluatieverslag omvat een beoordeling van de door de Commissie tot stand gebrachte schaalvoordelen op financieel, technisch en personeel niveau bij het beheer van de CEF en, in voorkomend geval, van het aantal projecten waarbij intersectorale synergie wordt benut. In het evaluatieverslag wordt tevens ingegaan hoe financiële instrumenten doeltreffender kunnen worden gemaakt. In het evaluatieverslag wordt rekening gehouden de resultaten inzake het langetermijneffect van eerdere maatregelen.
2. In de CEF wordt rekening gehouden met de onafhankelijke, grondige evaluatie van het Europa 2020-initiatief inzake projectobligaties, die in 2015 uitgevoerd zal worden. Uitgaande van deze evaluatie beoordelen de Commissie en de lidstaten de relevantie van het Europa 2020-initiatief inzake projectobligaties, evenals de mate waarin het volume van de investeringen in prioritaire projecten erdoor toeneemt en de uitgaven van de Unie efficiënter worden besteed.
3. De Commissie verricht in nauwe samenwerking met de lidstaten en de begunstigden een evaluatie achteraf. Bij de evaluatie achteraf worden de effectiviteit en efficiëntie van de CEF en het effect ervan op de economische, sociale en territoriale cohesie onderzocht, alsmede de bijdrage ervan tot het verwezenlijken van de Unieprioriteiten inzake slimme, duurzame en inclusieve groei, en de schaal en de resultaten van de steun die met het oog op de doelstellingen inzake klimaatverandering is gebruikt.
4. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de vooruitgang gemeten aan de hand van de in de artikelen 3 en 4 vermelde indicatoren.
5. De Commissie deelt de conclusies van de evaluatie mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
6. De Commissie en de lidstaten, bijgestaan door de andere mogelijke begunstigden, kunnen besluiten de wijze waarop de projecten zijn uitgevoerd, alsook het effect van de uitvoering te evalueren, om te beoordelen of de doelstellingen, waaronder die op het gebied van milieubescherming, zijn verwezenlijkt.
7. De Commissie kan een lidstaat die betrokken is bij een project van gemeenschappelijk belang verzoeken een specifieke evaluatie van de op grond van deze verordening gefinancierde acties en bijbehorende projecten in te dienen of, voor zover passend, de voor de evaluatie van deze projecten vereiste informatie en assistentie te verstrekken.