Art. 66, Zekerheden

1. In de in de sectorale landbouwwetgeving voorgeschreven gevallen eisen de lidstaten dat een zekerheid wordt gesteld als verzekering dat een bepaald bedrag wordt betaald of verbeurd aan een bevoegde autoriteit, indien een bepaalde verplichting in het kader van de sectorale landbouwwetgeving niet wordt nagekomen.

2. Behalve in geval van overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd wanneer een bepaalde verplichting niet of slechts ten dele wordt nagekomen.

3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarin de regels worden neergelegd die de gelijke behandeling, billijkheid en evenredigheid garanderen wanneer een zekerheid wordt gesteld en waarin:

a) de aansprakelijke partij worden aangewezen ingeval een verplichting niet wordt nagekomen;

b) specifieke situaties worden beschreven waarin de bevoegde autoriteit mag afzien van de eis dat een zekerheid wordt gesteld;

c) de voorwaarden worden vastgelegd die verbonden zijn aan de te stellen zekerheid en de zekerheidssteller en de voorwaarden voor het stellen en vrijgeven van de zekerheden;

d) specifieke voorwaarden vastleggen die verbonden zijn aan de zekerheid die in verband met betalingen van voorschotten wordt gesteld;

e) de gevolgen van niet-naleving van de verplichtingen uiteenzetten waarvoor een zekerheid is gesteld, zoals bepaald in lid 1, met inbegrip van het verbeuren van zekerheden, het verlagingspercentage dat bij het vrijgeven van zekerheden voor restituties, certificaten, offertes, inschrijvingen of specifieke aanvragen moet worden toegepast wanneer een aan deze zekerheid verbonden verplichting niet of slechts ten dele in acht is genomen, rekening houdend met de aard van de verplichting, de hoeveelheid waarvoor de verplichting niet is nageleefd, de mate waarin de termijn voor het naleven van de verplichting is overschreden en de termijn binnen welke het bewijs dat de verplichting is nageleefd, wordt voorgelegd.

4. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor:

a) de vorm van de te stellen zekerheid en de procedure voor het stellen van de zekerheid, voor de aanvaarding ervan en voor de vervanging van de oorspronkelijke zekerheid;

b) de procedures voor het vrijgeven van een zekerheid;

c) de kennisgevingen die door de lidstaten en de Commissie moeten worden gedaan.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Uitspraken die dit artikel aanhalen