Art. 110 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Monitoring en evaluatie van het GLB
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. Er wordt een gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiekader voor de meting van de prestaties van het GLB opgezet, met name voor:
a) de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EU) nr. 1307/2013 voorziet;
b) de marktmaatregelen waarin Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziet;
c) de plattelandsontwikkelingsmaatregelen waarin Verordening (EU) nr. 1305/2013 voorziet; en
d) de bepalingen van deze verordening.
De Commissie monitort deze beleidsmaatregelen op basis van de door de lidstaten, in overeenstemming met de in die verordeningen vastgelegde regels verrichte verslaglegging. De Commissie stelt een meerjarig evaluatieplan op, dat voorziet in door haar te verrichten periodieke evaluaties van specifieke instrumenten.
Om zeker te stellen dat prestaties effectief worden gemeten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de inhoud en de opzet van dit kader.
2. De prestaties van de in lid 1 bedoelde GLB-maatregelen worden getoetst aan de volgende doelstellingen:
a) rendabele voedselproductie, met de klemtoon op landbouwinkomen, productiviteit van de landbouw en prijsstabiliteit;
b) duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, met de klemtoon op uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteit, bodem en water;
c) evenwichtige territoriale ontwikkeling, met de klemtoon op werkgelegenheid op het platteland, groei en armoede in plattelandsgebieden.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin de indicatoren worden bepaald voor de in de eerste alinea genoemde doelstellingen vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
De indicatoren zijn gerelateerd aan de structuur en de doelstellingen van het beleid en moeten het mogelijk maken de vorderingen, de doeltreffendheid en de efficiëntie van het beleid te beoordelen in het licht van de doelstellingen.
3. Het monitoring- en evaluatiekader weerspiegelt de structuur van het GLB op de volgende wijze:
a) de in Verordening (EU) nr. 1307/2013 voorziene rechtstreekse betalingen, de in Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziene marktmaatregelen en de bepalingen van de onderhavige verordening worden door de Commissie gemonitord op basis van de verslaglegging door de lidstaten overeenkomstig de in deze verordeningen vastgelegde regels. De Commissie stelt een meerjarig evaluatieplan op, dat voorziet in periodieke evaluaties van specifieke instrumenten die worden verricht onder verantwoordelijkheid van de Commissie. De evaluaties worden tijdig door onafhankelijke beoordelaars uitgevoerd;
b) de monitoring en evaluatie van de betalingen in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid geschiedt overeenkomstig de artikelen 67 tot en met 79 van Verordening (EU) nr. 1305/2013
De Commissie ziet erop toe dat de gecombineerde effecten van alle in lid 1 bedoelde GLB-instrumenten worden gemeten en beoordeeld aan de hand van de in lid 2 bedoelde gemeenschappelijke doelstellingen. De prestaties van het GLB bij de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen worden gemeten en beoordeeld aan de hand van gemeenschappelijke effectindicatoren, en de onderliggende specifieke doelstellingen aan de hand van resultaatindicatoren. Op basis van de gegevens uit de evaluaties van het GLB, waaronder evaluaties van programma’s voor plattelandsontwikkeling, alsmede uit andere relevante informatiebronnen, stelt de Commissie verslagen op betreffende het meten en beoordelen van de gecombineerde prestaties van alle instrumenten van het GLB.
4. De lidstaten verstrekken de Commissie alle informatie die nodig is voor de monitoring en evaluatie van de betrokken maatregelen. In de mate van het mogelijke wordt deze informatie gebaseerd op bestaande gegevensbronnen zoals het Informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen en Eurostat.
De Commissie houdt rekening met de gegevensbehoeften en de synergieën tussen potentiële gegevensbronnen, en met name met het eventuele gebruik ervan voor statistische doeleinden.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin de regels aangaande de door de lidstaten te verstrekken informatie worden opgenomen, waarbij zij rekening houdt met de noodzaak overbodige administratieve lasten te voorkomen, alsmede inzake de gegevensbehoeften en de synergieën tussen potentiële gegevensbronnen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
5. De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2018 bij het Europees Parlement en de Raad een eerste verslag in over de uitvoering van dit artikel, met onder meer de eerste resultaten inzake de prestaties van het GLB. Een tweede verslag, met onder meer een beoordeling van de prestaties van het GLB, wordt uiterlijk op 31 december 2021 ingediend.