Art. 8 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Inhoud van de plattelandsontwikkelingsprogramma's
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. Naast de in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde elementen bevat elk plattelandsontwikkelingsprogramma:
a) de in artikel 55 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde ex-ante evaluatie;
b) een SWOT-analyse van de situatie en een omschrijving van de behoeften waaraan in het door het programma bestreken geografisch gebied tegemoet moet worden gekomen.
De analyse wordt opgebouwd rond de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling. Op het gebied van het milieu, van mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering en van innovatie wordt in het licht van elke prioriteit van de Unie voor plattelandsontwikkeling beoordeeld hoe het best aan deze drie specifieke behoeften kan worden voldaan;
c) een beschrijving van de strategie die aantoont dat:
i) voor elk aandachtsgebied van de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling dat is opgenomen in het programma, passende streefcijfers zijn vastgesteld op basis van de in artikel 69 genoemde gemeenschappelijke indicatoren en, indien nodig, op basis van programmaspecifieke indicatoren;
ii) voor elk aandachtsgebied van de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling dat is opgenomen in het programma, relevante en adequate combinaties van maatregelen zijn gekozen, op basis van een adequate interventielogica die wordt ondersteund door de onder a) bedoelde ex-ante evaluatie en de onder b) bedoelde analyse;
iii) de toewijzing van financiële middelen aan de maatregelen van het programma gerechtvaardigd en passend is om de gestelde streefdoelen te halen;
iv) specifieke behoeften in verband met specifieke regionale of subregionale omstandigheden in aanmerking zijn genomen en concreet worden aangepakt via adequaat ontworpen combinaties van maatregelen of thematische subprogramma's;
v) er met het oog op het verwezenlijken van de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling, waaronder het EIP voor de productiviteit en duurzaamheid in de landbouw, een passende benadering ten aanzien van innovatie in het programma is geïntegreerd, almede ten aanzien van het milieu, met inbegrip van de specifieke behoeften van de Natura 2000-gebieden, en ten aanzien van klimaatmitigatie en -adaptatie;
vi) maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat er voldoende capaciteit beschikbaar is voor het verlenen van advies over de regelgeving en over acties inzake innovatie;
d) voor elke ex-ante voorwaarde, vastgesteld overeenkomstig artikel 19 en bijlage XI, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 voor de algemene ex-ante voorwaarden, en overeenkomstig bijlage V bij deze verordening, een beoordeling om te bepalen welke ex- ante voorwaarden gelden voor het programma en welke vervuld zijn op de datum van indiening van de partnerschapsovereenkomst en het programma. Indien niet is voldaan aan de toepasselijke ex- ante voorwaarden, bevat het programma een beschrijving van de te nemen maatregelen, de verantwoordelijke instanties en een tijdschema voor dergelijke acties overeenkomstig de in de partnerschapsovereenkomst verstrekte samenvatting;
e) een omschrijving van het prestatiekader dat is ingesteld voor de toepassing van artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1303/2013;
f) een beschrijving van elke geselecteerde maatregel;
g) het in artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde evaluatieplan. De lidstaten voorzien in voldoende middelen om aan de behoeften die zijn geïdentificeerd, tegemoet te komen en om een deugdelijke controle en evaluatie te waarborgen;
h) een financieringsplan, met inbegrip van:
i) een tabel waarin, met inachtneming van artikel 58, lid 4, de totale, voor elk jaar geplande ELFPO-steun is opgenomen. In voorkomend geval wordt het totale ELFPO-steunbedrag uitgesplitst naar kredieten voor de minder ontwikkelde regio's en de financiële middelen die aan het ELFPO worden overgedragen op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. De geplande jaarlijkse ELFPO-steun moet verenigbaar zijn met het meerjarig financieel kader;
ii) een tabel met voor elke maatregel, voor elk soort concrete actie met een specifiek ELFPO-bijdragepercentage en voor technische bijstand, de totale geplande bijdrage van de Unie en het geldende ELFPO-bijdragepercentage. In voorkomend geval wordt de bijdrage voor minder ontwikkelde regio's en de bijdrage voor andere regio's afzonderlijk aangegeven in deze tabel;
i) een naar aandachtsgebieden uitgesplitst indicatorenplan met de in artikel 8, lid 1, onder c), i), bedoelde streefcijfers en de geplande resultaten en de geplande uitgaven van elke plattelandsontwikkelingsmaatregel die is gekozen voor een overeenkomstig aandachtsgebied;
j) in voorkomend geval, een overzicht van de aanvullende nationale financiering per maatregel overeenkomstig artikel 82;
k) in voorkomend geval, de lijst van onder artikel 81, lid 1, vallende steunregelingen die voor de uitvoering van de programma's zullen worden gebruikt;
l) informatie over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd op grond van andere instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en op grond van de Europese structuur- en investeringsfondsen ("ESI");
m) de voorzieningen voor de uitvoering van het programma, onder meer betreffende:
i) de aanwijzing door de lidstaat van alle in artikel 65, lid 2, bedoelde autoriteiten en, ter informatie, een beknopte beschrijving van de respectievelijke beheers- en controlestructuur;
ii) een beschrijving van de monitoring- en evaluatieprocedures en de samenstelling van het toezichtcomité;
iii) de maatregelen om bekendheid aan het programma te geven, onder meer via het in artikel 54 bedoelde nationaal netwerk voor het platteland;
iv) een beschrijving van de benadering, met de beginselen die moeten worden toegepast bij de vaststelling van selectiecriteria voor concrete acties en strategieën voor plaatselijke ontwikkeling, dat rekening houdt met de betrokken doelstellingen; in dit verband kunnen de lidstaten bepalen dat voorrang wordt gegeven aan kmo's die met de landbouw- en de bosbouwsector verbonden zijn;
v) met betrekking tot plaatselijke ontwikkeling, in voorkomend geval, een beschrijving van de mechanismen die moeten zorgen voor samenhang tussen de in het kader van strategieën voor plaatselijke ontwikkeling voorgenomen acties, de in artikel 35 bedoelde samenwerkingsmaatregelen en de in artikel 20 bedoelde maatregel inzake basisdiensten en dorpsvernieuwing in plattelandsgebieden, met inbegrip van banden tussen stad en platteland;
n) de genomen maatregelen om de in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde partners erbij te betrekken en een samenvatting van de resultaten van het overleg met de partners;
o) in voorkomend geval, de in artikel 54, lid 3, bedoelde structuur van het nationaal netwerk voor het platteland, alsmede bepalingen voor het beheer ervan die de basis zouden vormen voor de jaarlijkse actieplannen van dit netwerk.
2. Indien een plattelandsontwikkelingsprogramma thematische subprogramma's bevat, dient elk subprogramma het volgende te bevatten:
a) een specifieke analyse van de situatie op basis van de SWOT-methode en een omschrijving van de behoeften waaraan het subprogramma tegemoet moet komen;
b) specifieke streefdoelen voor het subprogramma en een op basis van een nauwkeurige beschrijving van de interventielogica van het subprogramma gemaakte selectie van maatregelen, met inbegrip van een beoordeling van de mate waarin de geselecteerde maatregelen naar verwachting zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de streefdoelen;
c) een afzonderlijk, specifiek indicatorenplan, met de geplande resultaten en de geplande uitgaven, voor elke plattelandsontwikkelingsmaatregel die is gekozen voor een overeenkomstig aandachtsgebied.
3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voorschriften worden vastgelegd voor de wijze waarop de in de leden 1 en 2 beschreven elementen in de plattelandsontwikkelingsprogramma's moeten worden weergegeven en voorschriften voor de inhoud van de in artikel 6, lid 3, bedoelde nationale kaders. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 84 bedoelde onderzoeksprocedure.