Art. 7 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Thematische subprogramma's
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. De lidstaten kunnen, als bijdrage tot de verwezenlijking van prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling, in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's thematische subprogramma's opnemen die gericht zijn op specifieke behoeften. Dergelijke thematische subprogramma's kunnen, onder andere, betrekking hebben op:
a) jonge landbouwers;
b) kleine landbouwbedrijven zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, derde alinea;
c) berggebieden zoals bedoeld in artikel 32, lid 2;
d) korte toeleveringsketens;
e) vrouwen in plattelandsgebieden;
f) mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering en biodiversiteit.
Een indicatieve lijst van maatregelen en soorten concrete acties die bijzonder relevant zijn voor elk thematisch subprogramma, is opgenomen in bijlage IV.
2. In de thematische subprogramma's kan tevens worden ingespeeld op specifieke behoeften in verband met de herstructurering van landbouwsectoren met een aanzienlijk effect op de ontwikkeling van een specifiek plattelandsgebied.
3. De in bijlage I vastgestelde steunpercentages mogen met 10 extra procentpunten worden verhoogd wanneer sprake is van acties gesteund in het kader van thematische subprogramma's betreffende kleine landbouwbedrijven, korte toeleveringsketens, mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering en biodiversiteit. De maximale steunpercentages betreffende jonge landbouwers en berggebieden mogen overeenkomstig bijlage II worden verhoogd. De som van beide steunpercentages mag echter niet meer dan 90 % bedragen.