Art. 52 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. Overeenkomstig artikel 51, lid 1, wordt een Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling opgericht om op Unieniveau een netwerk te vormen van de op het gebied van plattelandsontwikkeling werkzame nationale netwerken, organisaties en overheidsdiensten.
2. De netwerkvorming via het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling heeft tot doel:
a) de betrokkenheid van alle belanghebbende partijen, en in het bijzonder belanghebbende partijen in de land- en bosbouw en andere belanghebbende partijen op het gebied van plattelandsontwikkeling, bij de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsbeleid te vergroten;
b) de kwaliteit van plattelandsontwikkelingsprogramma's te verbeteren;
c) een rol te spelen in de voorlichting van het grote publiek over de baten van een plattelandsontwikkelingsbeleid;
d) de evaluatie van plattelandsontwikkelingsprogramma's te ondersteunen.
3. Het netwerk heeft tot taak:
a) informatie over acties op het gebied van plattelandsontwikkeling te verzamelen, te analyseren en te verspreiden;
b) evaluatieprocedures en het verzamelen en beheren van gegevens te ondersteunen;
c) op het niveau van de Unie goede praktijken, onder meer inzake evaluatiemethoden en -instrumenten, op het gebied van plattelandsontwikkeling te verzamelen, te consolideren en te verspreiden;
d) thematische groepen en/of workshops op te zetten en te beheren met als doel de uitwisseling van deskundigheid te vergemakkelijken en de uitvoering, de monitoring en verdere ontwikkeling van het plattelandsontwikkelingsbeleid te ondersteunen;
e) informatie te verstrekken over de ontwikkelingen in de plattelandsgebieden in de Unie en in derde landen;
f) bijeenkomsten en seminars op Unieniveau te organiseren voor degenen die actief betrokken zijn bij de plattelandsontwikkeling;
g) de nationale netwerken en de initiatieven voor transnationale samenwerking en de uitwisseling van acties en ervaringen op het gebied van plattelandsontwikkeling met netwerken in derde landen te steunen;
h) specifiek voor plaatselijke groepen:
i) synergieën te creëren met activiteiten die de respectieve netwerken op nationaal of regionaal niveau, of op beide niveaus, uitvoeren op het gebied van capaciteitsopbouwacties en uitwisseling van ervaring; en
ii) samen te werken met in het kader van het EFRO, het ESF en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij opgezette organisaties voor plaatselijke ontwikkeling die actief zijn op het gebied van netwerkvorming en technische bijstand, met name op het gebied van de activiteiten van deze organisaties met het oog op plaatselijke ontwikkeling en transnationale samenwerking.
4. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de organisatiestructuur en de werking van het Europese netwerk voor plattelandsontwikkeling wordt vastgelegd. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 84 bedoelde onderzoeksprocedure.