Art. 44 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Concrete samenwerkingsacties in het kader van LEADER
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. In het kader van artikel 35, onder c), van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt steun verleend voor:
a) samenwerkingsprojecten binnen een lidstaat (interterritoriale samenwerking) of samenwerkingsprojecten tussen gebieden in verscheidene lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking);
b) voorbereidende technische bijstand voor interterritoriale en transnationale samenwerkingsprojecten, op voorwaarde dat de plaatselijke groepen kunnen aantonen van plan te zijn een concreet project uit te voeren.
2. Afgezien van andere plaatselijke groepen kunnen de partners van een plaatselijke groep in het kader van het ELFPO bestaan uit:
a) een groep plaatselijke publieke en private partners in een ruraal gebied die binnen of buiten de Unie een strategie voor plaatselijke ontwikkeling uitvoert;
b) een groep plaatselijke publieke en private partners in een niet-ruraal gebied die een plaatselijke ontwikkelingsstrategie uitvoert.
3. Ingeval de samenwerkingsprojecten niet door de plaatselijke groepen worden geselecteerd, zetten de lidstaten een systeem voor doorlopende aanvragen op.
Zij maken, uiterlijk twee jaar na de datum van de goedkeuring van hun plattelandsontwikkelingsprogramma's, de nationale of regionale administratieve procedures voor de selectie van transnationale samenwerkingsprojecten bekend, alsmede een lijst van subsidiabele kosten.
De samenwerkingsprojecten worden uiterlijk vier maanden na de datum van indiening van de projectaanvraag door de bevoegde autoriteit goedgekeurd.
4. De lidstaten delen de goedgekeurde transnationale samenwerkingsprojecten mee aan de Commissie.