Art. 38 Verordening (EU) nr. 1303/2013, Uitvoering van financieringsinstrumenten
Verordening (EU) nr. 1303/2013
1. Bij de toepassing van artikel 37 mogen de managementautoriteiten een financiële bijdrage aan de volgende financieringsinstrumenten verlenen:
a) op EU-niveau ingestelde financieringsinstrumenten onder direct of indirect beheer van de Commissie;
b) op nationaal, regionaal, transnationaal of grensoverschrijdend niveau ingestelde financieringsinstrumenten, beheerd door of onder verantwoordelijkheid van de managementautoriteit.
2. Bijdragen uit de ESI-fondsen aan de in lid 1, onder a), bedoelde financieringsinstrumenten, worden op afzonderlijke rekeningen gestort en overeenkomstig de doelstellingen van de betrokken ESI-fondsen gebruikt om acties en eindontvangers te ondersteunen die verenigbaar zijn met het programma of de programma's waaruit deze bijdragen afkomstig zijn.
Voor bijdragen aan de financieringsinstrumenten bedoeld in de eerste alinea, geldt deze verordening tenzij uitdrukkelijk in uitzonderingen is voorzien.
De tweede alinea doet geen afbreuk aan de regels die gelden voor de inrichting en uitvoering van de financieringsinstrumenten opgenomen in het Financieel Reglement, tenzij deze regels strijdig zijn met de regels van deze verordening, in welk geval deze regeling voorrang heeft.
3. Voor de in lid 1), onder b), bedoelde financieringsinstrumenten kan de managementautoriteit een financiële bijdrage aan de volgende financieringsinstrumenten verlenen:
a) financieringsinstrumenten die aan de door de Commissie vastgestelde standaardvoorwaarden voldoen, in overeenstemming met de tweede alinea van dit lid;
b) bestaande of nieuwe financieringsinstrumenten die specifiek bedoeld zijn om de specifieke, op grond van de desbetreffende prioriteit vastgestelde doelstellingen te bereiken.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast inzake de standaardvoorwaarden waaraan de financieringsinstrumenten onder de eerste alinea, punt a), moeten voldoen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
4. Wanneer de managementautoriteit steun verleent aan de in lid 1, onder b), bedoelde financieringsinstrumenten, mag deze autoriteit:
a) investeren in het kapitaal van bestaande rechtspersonen of nieuw opgerichte rechtspersonen, waaronder uit andere ESI-fondsen gefinancierde rechtspersonen, die belast zijn met de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig de doelstellingen van de betrokken ESI-fondsen en die uitvoeringstaken zullen verrichten; de steun aan dergelijke rechtspersonen moet beperkt zijn tot de bedragen die nodig zijn om nieuwe investeringen overeenkomstig artikel 37 en in samenhang met de doelstellingen van deze verordening uit te voeren;
b) uitvoeringstaken toevertrouwen aan:
i) de EIB;
ii) internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is of in een lidstaat gevestigde financiële instellingen die onder overheidstoezicht een openbaar belang nastreven;
iii) een publiek- of privaatrechtelijke instantie; of
c) rechtstreeks uitvoeringstaken verrichten voor financieringsinstrumenten die uitsluitend leningen of garanties verstrekken. In dat geval geldt de managementautoriteit als begunstigde als gedefinieerd in artikel 2, punt 10).
Bij de uitvoering van het financieringsinstrument zien de instanties bedoeld onder a), b) en c) van de eerste alinea, erop toe dat het toepasselijke recht wordt nageleefd, met inbegrip van de voorschriften betreffende ESI-fondsen, staatssteun, overheidsopdrachten en normen, en de toepasselijke wetgeving inzake witwassen van geld, bestrijding van terrorisme en belastingfraude. Deze instanties worden niet opgericht, en onderhouden geen zakenrelaties met instanties die zijn opgericht in jurisdicties welke niet met de Unie samenwerken bij de toepassing van de internationaal overeengekomen belastingnormen; zij nemen de bedoelde voorschriften op in hun overeenkomsten met de geselecteerde financiële intermediairs.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 149 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanvullende bijzondere voorschriften betreffende de rol, de aansprakelijkheid en de taken van de instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren, bijbehorende selectiecriteria en producten die met deze instrumenten kunnen worden geleverd overeenkomstig artikel 37. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 22 april 2014 gelijktijdig in kennis van die gedelegeerde handelingen.
5. Wanneer de in lid 4, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde instanties fondsen van fondsen uitvoeren, mogen zij een deel van de uitvoering op hun beurt aan financiële intermediairs toevertrouwen, op voorwaarde dat zij onder hun verantwoordelijkheid waarborgen dat die financiële intermediairs aan de criteria in artikel 140, leden 1, 2, en 4, van het Financieel Reglement voldoen. Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden.
6. De in lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde instanties waaraan uitvoeringstaken zijn toevertrouwd, openen namens de managementautoriteit fiduciaire rekeningen op hun eigen naam, of stellen het financieringsinstrument in als afzonderlijk financieel geheel binnen de financiële instelling. In het geval van een afzonderlijk financieel geheel wordt er in de boekhouding een onderscheid gemaakt tussen in het financieringsinstrument geïnvesteerde programmamiddelen en de overige in de financiële instelling beschikbare middelen. De activa op fiduciaire rekeningen en de afzonderlijke financiële gehelen worden beheerd volgens het beginsel van goed financieel beheer, met inachtneming van passende prudentiële voorschriften, en hebben een passende liquiditeit.
7. In geval van uitvoering van een financieringsinstrument op grond van lid 4, eerste alinea, onder a) en b), worden, onverminderd de uitvoeringsstructuur van het instrument, de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage III vastgelegd in financieringsovereenkomsten op de volgende niveaus:
a) in voorkomend geval tussen de naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de managementautoriteit en de instantie die het fonds van fondsen uitvoert; en
b) tussen de naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de managementautoriteit of, in voorkomend geval, de instantie die het fonds van fondsen uitvoert, en de instantie die het financieringsinstrument uitvoert.
8. Met betrekking tot financieringsinstrumenten die op grond van lid 4, eerste alinea, onder c), worden uitgevoerd, worden de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage IV vastgelegd in een strategiedocument, dat door het toezichtcomité wordt besproken.
9. Er mogen, in overeenstemming met de fondsspecifieke voorschriften, op het niveau van het fonds van fondsen, het financieringsinstrument of eindontvangers, de nodige nationale publieke en private bijdragen worden geleverd, waaronder in voorkomend geval bijdragen in natura zoals bedoeld in artikel 37, lid 10,
10. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen eenvormige voorwaarden vast betreffende gedetailleerde regelingen voor de overdracht en het beheer van programmabijdragen door de in lid 4, eerste alinea, bedoelde instanties. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.