Art. 34 Verordening (EU) nr. 1303/2013, Plaatselijke actiegroepen

Verordening (EU) nr. 1303/2013

1. De vanuit de gemeenschap geleide strategieën voor lokale ontwikkeling worden ontworpen en uitgevoerd door plaatselijke actiegroepen.

De lidstaten bepalen welke rol de plaatselijke actiegroep en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de desbetreffende programma's bij alle uitvoeringstaken in verband met de vanuit de gemeenschap geleide strategieën voor lokale ontwikkeling hebben.

2. De verantwoordelijke managementautoriteit of managementautoriteiten zorgt of zorgen ervoor dat de plaatselijke actiegroepen hetzij één partner van de groep kiezen die in administratieve en financiële aangelegenheden als hoofdpartner optreedt, hetzij zich verenigen in een gemeenschappelijke rechtsstructuur.

3. De taken van plaatselijke actiegroepen omvatten:

a) de opbouw van capaciteit van plaatselijke actoren om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren met inbegrip van het bevorderen van hun vaardigheden op het gebied van projectbeheer;

b) de opstelling van een niet-discriminerende en transparante selectieprocedure en van objectieve criteria voor de selectie van concrete acties, waardoor belangenconflicten worden vermeden, wordt gewaarborgd dat bij selectiebeslissingen ten minste 50 % van de stemmen afkomstig is van partners die geen overheidsinstanties zijn en een selectie volgens schriftelijke procedure mogelijk wordt gemaakt;

c) het zorgen voor samenhang met de strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling bij de selectie van concrete acties, door aan die acties prioriteit toe te kennen naargelang de bijdrage die zij leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen en streefdoelen van die strategie;

d) de opstelling en publicatie van oproepen tot het indienen van voorstellen of een permanente procedure voor de indiening van projecten, met inbegrip van de definitie van selectiecriteria;

e) de ontvangst en beoordeling van steunaanvragen;

f) de selectie van concrete acties en de vaststelling van de steunbedragen alsmede, in voorkomend geval, de voorlegging van voorstellen aan de instantie die verantwoordelijk is voor de definitieve verificatie van de subsidiabiliteit voorafgaand aan de goedkeuring;

g) het toezicht op de uitvoering van de vanuit de gemeenschap geleide strategie voor lokale ontwikkeling en van de ondersteunde concrete acties en de uitvoering van specifieke evaluatiewerkzaamheden in verband met die strategie.

4. Onverminderd lid 3, onder b), kan de plaatselijke actiegroep begunstigde zijn en concrete acties uitvoeren conform de strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

5. In het geval van samenwerkingsactiviteiten van plaatselijke actiegroepen als bedoeld in artikel 35, lid 1, onder c), kunnen de in lid 3, onder f), van dit artikel genoemde taken worden uitgevoerd door de verantwoordelijke managementautoriteit.

Vorige artikelen

Volgende artikelen