Art. 24, Verhoging van betalingen voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen
1. Op verzoek van een lidstaat kunnen tussentijdse betalingen worden verhoogd met 10 procentpunten boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op elke prioriteit van het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds of op elke maatregel van het ELFPO en het EFMZV. Als een lidstaat voldoet aan een van de volgende voorwaarden na 21 december 2013, is het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, van toepassing op de betalingsverzoeken van die lidstaat die tot 30 juni 2016 worden ingediend:
a) de betrokken lidstaat ontvangt een lening van de Unie op grond van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad;
b) de betrokken lidstaat ontvangt financiële ondersteuning op middellange termijn ontvangt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 332/2002, afhankelijk van de tenuitvoerlegging van een macro-economisch aanpassingsprogramma;
c) aan de betrokken lidstaat wordt financiële bijstand beschikbaar gesteld, op voorwaarde van de tenuitvoerlegging van een macro-economisch aanpassingsprogramma overeenkomstig Verordening(EU nr. 472/2013.
Dit lid is niet van toepassing op programma's in het kader van de ETS-verordening.
2. Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan de openbare steun of het maximale bedrag aan steun uit de ESI-fondsen voor elke prioriteit voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds, of voor elke maatregel voor het ELFPO en het EFMZV, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het programma.
3. De Commissie onderzoekt de toepassing van de leden 1 en 2 en dient bij het Europees Parlement en de Raad vóór 30 juni 2016 een verslag in met haar beoordeling en, indien nodig, een wetgevingsvoorstel.