Art. 20, Prestatiereserve
6 % van de middelen die worden toegewezen aan het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" waarnaar wordt verwezen in artikel 89, lid 2, onder a), van deze verordening, alsmede aan het ELFPO en aan maatregelen die in gedeeld beheer worden gefinancierd overeenkomstig het EFMZV, vormt een prestatiereserve die wordt vastgesteld in de partnerschapsovereenkomst en de programma’s en wordt toegewezen aan specifieke prioriteiten overeenkomstig artikel 22 van deze verordening.
Bij de berekening van de prestatiereserve blijven de volgende middelen buiten beschouwing:
a) de middelen die worden toegekend aan het YEI zoals vastgesteld in het operationele programma overeenkomstig artikel 18 van de ESF-verordening;
b) de middelen die worden toegewezen aan technische bijstand op initiatief van de Commissie;
c) de middelen die worden overgeheveld uit de eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid naar het ELFPO overeenkomstig artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
d) de overdrachten naar het ELFPO met toepassing van de artikelen 10 ter, 136 en 136 ter van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, voor respectievelijk de kalenderjaren 2013 en 2014;
e) de middelen die vanuit het Cohesiefonds worden overgeheveld naar de Connecting Europe Facility overeenkomstig artikel 92, lid 6, van deze verordening;
f) de middelen die worden overgeheveld naar het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen overeenkomstig artikel 92, lid 7, van deze verordening;
g) de middelen die worden toegekend aan innovatieve maatregelen voor duurzame stadsontwikkeling overeenkomstig artikel 92, lid 8, van deze verordening.