Art. 4 Verordening (EU) nr. 1299/2013, Middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"

Verordening (EU) nr. 1299/2013

1. De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" bedragen 2,75 % van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen uit het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2014-2020 en die vermeld zijn in artikel 91, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 (d.w.z. in totaal 8 948 259 330 EUR) en worden toegewezen als volgt:

a) 74,05 % (d.i. in totaal 6 626 631 760 EUR voor grensoverschrijdende samenwerking;

b) 20,36 % (d.i. in totaal 1 821 627 570 EUR) voor transnationale samenwerking;

c) 5,59 % (d.i. in totaal 500 000 000 EUR) voor interregionale samenwerking.

2. Aan de ultraperifere gebieden wordt voor programma's uit hoofde van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" niet minder dan 150 % van de EFRO-steun toegewezen, die zij in de programmeringsperiode 2007-2013 ontvingen voor samenwerkingsprogramma's. Bovendien wordt een bedrag van 50 000 000 EUR uit de toewijzing voor interregionale samenwerking bestemd voor samenwerking waaraan de ultraperifere regio's deelnemen. Wat thematische concentratie betreft, is artikel 6, lid 1, van toepassing op deze aanvullende toewijzing.

3. De Commissie stelt elke lidstaat op de hoogte van zijn aandeel, opgesplitst per jaar, in de totale bedragen voor grensoverschrijdende en transnationale samenwerking als bedoeld in lid 1, onder a) en b). De bevolking in de in artikel 3, lid 1, tweede alinea, en artikel 3, lid 3, eerste alinea, bedoelde gebieden wordt gebruikt als criterium voor de verdeling per lidstaat.

Op basis van de volgens de eerste alinea meegedeelde bedragen deelt elke lidstaat de Commissie mee of en hoe hij gebruik heeft gemaakt van de overschrijvingsmogelijkheid bepaald in artikel 5, en vermeldt hij daarbij de daaruit resulterende verdeling van de middelen over de grensoverschrijdende en transnationale programma's waaraan de lidstaat deelneemt. Op basis van de informatie die zij van de lidstaten heeft ontvangen, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast waarin een lijst van alle samenwerkingsprogramma's is opgenomen en waarin het totaalbedrag van de totale EFRO-steun voor elk programma is aangegeven. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 150, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

4. De bijdrage uit het EFRO voor grensoverschrijdende en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI en voor grensoverschrijdende programma's in het kader van het IPA II wordt door de Commissie en de betrokken lidstaten vastgesteld. De EFRO-bijdrage die voor elke lidstaat wordt vastgesteld, wordt vervolgens niet over de betrokken lidstaten herschikt.

5. Er wordt steun uit het EFRO voor individuele grensoverschrijdend programma's en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI en grensoverschrijdende programma's in het kader van het IPA II verleend op voorwaarde dat het ENI en het IPA II ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken. Voor deze gelijkwaardigheid geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de ENI-wetgevingshandeling of in de IPA II-wetgevingshandeling.

6. De jaarlijkse kredieten die overeenstemmen met de steun uit het EFRO voor grensoverschrijdend programma's en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI en grensoverschrijdend programma's in het kader van het IPA II, worden bij het opstellen van de begroting voor 2014 in de desbetreffende begrotingsonderdelen van die instrumenten opgenomen.

7. In 2015 en 2016 wordt de jaarlijkse bijdrage uit het EFRO voor de programma's in het kader van het ENI en het IPA waarvoor uiterlijk op 30 juni geen programma bij de Commissie is ingediend onder de grensoverschrijdende en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI, en onder de grensoverschrijdend programma's in het kader van het IPA II, en die niet opnieuw is toegewezen aan een ander programma dat is ingediend in dezelfde categorie externe samenwerkingsprogramma's, toegewezen aan de onder lid 1, onder a), vallende interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking waaraan de betrokken lidstaatlidstaten deelneemt/deelnemen.

Als er uiterlijk op 30 juni 2017 nog steeds grensoverschrijdende en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI en grensoverschrijdend programma's in het kader van het IPA II zijn die niet bij de Commissie zijn ingediend, wordt de volledige in lid 4 vermelde bijdrage uit het EFRO aan die programma's voor de resterende jaren tot en met 2020, voor zover die niet is hertoegewezen aan een ander, in het kader van dezelfde categorie van programma's voor externe samenwerking vastgesteld programma, toegewezen aan de onder lid 1, onder a), vallende interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking waaraan de betrokken lidstaat of lidstaten deelneemt/deelnemen.

8. In lid 4 bedoelde grensoverschrijdende en zeebekkenprogramma's die door de Commissie zijn vastgesteld, worden beëindigd, dan wel wordt de toewijzing aan de programma's in overeenstemming met de van toepassing zijnde regels en procedures gereduceerd, in het bijzonder als:

a) geen van de onder het programma vallende partnerlanden de desbetreffende financieringsovereenkomst heeft ondertekend binnen de overeenkomstig de ENI-wetgevingshandeling of de IPA II-wetgevingshandeling vastgestelde termijn; of

b) het programma niet kan worden uitgevoerd als gepland omdat zich tussen de deelnemende landen problemen hebben voorgedaan.

In dat geval wordt de in lid 4 vermelde bijdrage uit het EFRO die overeenstemt met nog niet vastgelegde jaartranches, of jaartranches die zijn vastgelegd en die gedurende hetzelfde begrotingsjaar geheel of ten dele zijn vrijgemaakt, voor zover die niet zijn hertoegewezen aan een ander, in het kader van dezelfde categorie van programma's voor externe samenwerking ingediend programma, op verzoek van de betrokken lidstaat of lidstaten toegewezen aan de onder lid 1, onder a), vallende interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking waaraan die lidstaat/lidstaten deelneemt/ deelnemen.

9. De Commissie verstrekt aan het comité dat is opgericht op grond van artikel 150, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 op jaarbasis een samenvatting van de financiële tenuitvoerlegging van grensoverschrijdende en zeebekkenprogramma's in het kader van het ENI en van grensoverschrijdende programma's in het kader van het IPA II waaraan het EFRO in overeenstemming met dit artikel bijdraagt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen