Art. 20 Verordening (EU) nr. 1299/2013, Subsidiabiliteit van concrete acties in samenwerkingsprogramma's afhankelijk van de plaats van uitvoering

Verordening (EU) nr. 1299/2013

1. Concrete acties in het kader van samenwerkingsprogramma's worden, met inachtneming van de in de leden 2 en 3 bedoelde afwijkingen, gesitueerd in het deel van het programmagebied dat grondgebied van de Unie omvat (het "tot de Unie behorende deel van het programmagebied").

2. De managementautoriteit kan aanvaarden dat een concrete actie geheel of gedeeltelijk buiten het tot de Unie behorende deel van het programmagebied wordt uitgevoerd, mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) de concrete actie komt ten goede aan het programmagebied;

b) het totale bedrag dat in het kader van het samenwerkingsprogramma wordt toegewezen aan concrete acties die buiten het tot de Unie behorende deel van het programmagebied gesitueerd zijn, is niet hoger dan 20 % van de steun uit het EFRO op programmaniveau, of 30 % in het geval van samenwerkingsprogramma's waarvoor het tot de Unie behorende deel van het programmagebied bestaat uit ultraperifere gebieden;

c) de verplichtingen van de management- en auditautoriteiten met betrekking tot beheer, controle en audit betreffende de concrete actie worden door de autoriteiten van het samenwerkingsprogramma vervuld, of zij sluiten overeenkomsten met de autoriteiten in de lidstaat of het derde land of grondgebied waarin de concrete actie wordt uitgevoerd.

3. Voor concrete acties betreffende technische bijstand of promotieactiviteiten en capaciteitsopbouw mogen uitgaven buiten het tot de Unie behorende deel van het programmagebied worden gedaan, mits aan de voorwaarden in lid 2, onder a) en c), wordt voldaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen