Art. 16 Verordening (EU) nr. 1299/2013, Indicatoren voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"

Verordening (EU) nr. 1299/2013

1. Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 8, lid 2, eerste alinea, onder b), punten ii) en iv), en onder c), punten ii) en iv), van deze verordening wordt, waar dit relevant is, gebruikgemaakt van de gemeenschappelijke outputindicatoren die worden beschreven in de bijlage bij deze verordening, programmaspecifieke resultaatindicatoren en, indien relevant, programmaspecifieke outputindicatoren.

2. Voor gemeenschappelijke en programmaspecifieke outputindicatoren is de uitgangswaarde nul. Cumulatieve gekwantificeerde streefwaarden voor deze indicatoren worden voor 2023 vastgesteld.

3. Voor programmaspecifieke resultaatindicatoren die te maken hebben met investeringsprioriteiten, wordt voor de uitgangswaarden van de meest recente beschikbare gegevens gebruik gemaakt en worden streefdoelen voor 2023 vastgesteld. Streefdoelen kunnen in kwantitatieve of kwalitatieve termen worden uitgedrukt.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de lijst met gemeenschappelijke outputindicatoren in de bijlage te wijzigen, om, waar dit gerechtvaardigd is, aanpassingen aan te brengen teneinde een effectieve voortgangsbeoordeling van de programma-uitvoering te waarborgen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen