Art. 25 Verordening (EU) nr. 1299/2013, Functies van de auditautoriteit
Verordening (EU) nr. 1299/2013
1. De lidstaten en derde landen die aan een samenwerkingsprogramma deelnemen, kunnen de auditautoriteit toestaan de in artikel 127 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 omschreven functies op het gehele door een samenwerkingsprogramma bestreken grondgebied rechtstreeks te vervullen. Zij geven aan wanneer de auditautoriteit moet worden vergezeld door een auditor van een lidstaat of een derde land.
2. Als de auditautoriteit niet over de in lid 1 bedoelde toestemming beschikt, wordt zij bijgestaan door een groep auditors die is samengesteld uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat die of elk derde land dat aan het samenwerkingsprogramma deelneemt, en die de in artikel 127 van Verordening (EU) nr.1303/2013 omschreven functies vervult. Elke lidstaat of, wanneer het de uitnodiging om aan het samenwerkingsprogramma deel te nemen, heeft geaccepteerd, elk derde land is verantwoordelijk voor de op zijn grondgebied verrichte audits.
Elke vertegenwoordiger van elke lidstaat die of elk derde land dat aan het samenwerkingsprogramma deelneemt, is verantwoordelijk voor het verstrekken van de feitelijke gegevens met betrekking tot de uitgaven op zijn grondgebied die de auditautoriteit nodig heeft om haar beoordeling te kunnen maken.
De groep auditors wordt uiterlijk drie maanden na het besluit tot goedkeuring van het samenwerkingsprogramma opgericht. Zij stelt haar reglement van orde op en wordt voorgezeten door de auditautoriteit voor het samenwerkingsprogramma.
3. De auditors zijn functioneel onafhankelijk van de controleurs die verificaties uit hoofde van artikel 23 verrichten.