Art. 406 Verordening (EU) nr. 575/2013, Due diligence
1. Kredietinstellingen zijn in staat om, voordat zij worden blootgesteld aan de risico's van een securitisatie en in voorkomend geval daarna, aan de bevoegde autoriteiten voor elk van hun individuele securitisatieposities aan te tonen dat zij beschikken over een breed en gedegen inzicht in en formele beleidslijnen en procedures hebben ingevoerd die zijn afgestemd op hun handels- en niet-handelsportefeuille, en in verhouding staan tot het risicoprofiel van hun beleggingen in gesecuritiseerde posities, voor het analyseren en vastleggen van:
a) de informatie die uit hoofde van artikel 405, lid 1, door initiators, sponsors of oorspronkelijke kredietverstrekker openbaar wordt gemaakt ter precisering van het netto economisch belang dat zij permanent aanhouden in de securitisatie;
b) de risicokenmerken van de individuele securitisatiepositie;
c) de risicokenmerken van de onderliggende blootstellingen van de securitisatieposities;
d) de reputatie en verlieservaring in eerdere securitisaties van de initiators of sponsors in de relevante categorieën van onderliggende blootstellingen van de securitisatiepositie;
e) de verklaringen en openbaarmakingen van de initiators of sponsors, dan wel hun gemachtigden of adviseurs, over de due diligence die zij in acht hebben genomen met betrekking tot de gesecuritiseerde blootstellingen en, in voorkomend geval, met betrekking tot de kwaliteit van de zekerheden ter dekking van de gesecuritiseerde blootstellingen;
f) in voorkomend geval, de methoden en concepten waarop de waardering van de kwaliteit van de zekerheden ter dekking van de gesecuritiseerde blootstellingen berust, alsook de beleidslijnen die de initiator of sponsor heeft vastgesteld om de onafhankelijkheid van de schatter te waarborgen;
g) alle structurele kenmerken van de securitisatie die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de resultaten van de securitisatiepositie van de instelling, zoals de contractuele watervalstructuur en de watervalstructuurgerelateerde triggers, de kredietverbeteringen, de liquiditeitsverbeteringen, de op de marktwaarde gebaseerde triggers en de transactiespecifieke definities van wanbetaling.
De instellingen verrichten periodiek hun eigen stresstests die aansluiten bij hun securitisatieposities. Hiertoe kunnen de instellingen gebruik maken van financiële modellen die door een EKBI zijn ontwikkeld, mits de instellingen desgevraagd kunnen aantonen dat zij vóór de belegging de nodige zorgvuldigheid in acht hebben genomen om de relevante aannames en structuren van de modellen te valideren en inzicht te krijgen in de methoden, de aannames en de resultaten.
2. Instellingen die niet optreden als initiator of sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker, stellen formele procedures vast die zijn afgestemd op hun handels- en niet-handelsportefeuille en in verhouding staan tot het risicoprofiel van hun beleggingen in gesecuritiseerde posities, om doorlopend en tijdig prestatie-informatie over de onderliggende blootstellingen van hun securitisatieposities te bewaken. In voorkomend geval wordt gekeken naar de soort blootstelling, het percentage leningen met meer dan 30, 60 en 90 achterstallige dagen, wanbetalingsgraden, het percentage vervroegde aflossingen, leningen in de executiefase, de soort zekerheid en de bewoningswijze, de frequentieverdeling van de kredietscores of andere maatstaven voor de kredietwaardigheid voor alle onderliggende blootstellingen, de sectorale en geografische diversificatie en de frequentieverdeling van de LTV-ratio's (Loan to Value-ratio's) met bandbreedtes die een deugdelijke gevoeligheidsanalyse vergemakkelijken. Indien de onderliggende blootstellingen zelf securitisatieposities zijn, beschikken de instellingen over de in deze alinea beschreven informatie niet enkel met betrekking tot de onderliggende securitisatietranches, zoals de naam en kredietkwaliteit van de emittent, maar ook met betrekking tot de kenmerken en resultaten van de onderliggende pools van die securitisatietranches.
De instellingen passen ook dezelfde analysenormen toe op van derden gekochte deelnemingen in of overnemingen van securitisaties, ongeacht of dergelijke deelnemingen of overnemingen in hun handelsportefeuille dan wel in hun niet-handelsportefeuille worden aangehouden.