Art. 401 Verordening (EU) nr. 575/2013, Berekening van het effect van het gebruik van technieken voor kredietrisicolimitering
1. Bij de berekening van de waarde van blootstellingen voor de toepassing van artikel 395, lid 1, kan een instelling gebruik maken van de overeenkomstig deel 3, titel II, hoofdstuk 4, berekende volledig aangepaste blootstellingswaarde, waarbij rekening wordt gehouden met kredietrisicolimitering, volatiliteitsaanpassingen en eventuele looptijdmismatches (E*).
2. Een instelling die uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 3, voor een categorie blootstellingen gebruik toestemming heeft gekregen om gebruik te maken van eigen LGD-ramingen en omrekeningsfactoren kan, met toestemming van de bevoegde autoriteiten, de impact van financiële zekerheden in aanmerking nemen bij de berekening van de waarde van blootstellingen voor de toepassing van artikel 395, lid 1.
De bevoegde autoriteiten verlenen de in de vorige alinea bedoelde toestemming alleen als de instelling de impact van financiële zekerheden op haar blootstellingen kan inschatten, los van andere LGD-relevante aspecten.
De door de instelling opgestelde ramingen zijn voldoende geschikt om de blootstellingswaarde te verminderen met het oog op de naleving van de bepalingen van artikel 395.
Indien een instelling toestemming heeft gekregen om haar eigen ramingen van de impact van financiële zekerheden te gebruiken, doet zij dit op een grondslag die consistent is met de benadering die wordt toegepast bij de berekening van de eigenvermogensvereisten overeenkomstig deze verordening.
De instellingen die uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 3, toestemming hebben gekregen om voor een categorie blootstellingen haar eigen LGD-ramingen en omrekeningsfactoren te gebruiken en die voor de berekening van de waarde van hun blootstellingen geen gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde methode, kunnen de waarde van de blootstellingen berekenen aan de hand van de uitgebreide benadering van financiële zekerheden of de in artikel 403, lid 1, punt b) beschreven benadering.
3. Een instelling die voor de berekening van de waarde van blootstellingen voor de toepassing van artikel 395, lid 1, gebruik maakt van de uitgebreide benadering van financiële zekerheden of die toestemming heeft gekregen om gebruik te maken van de in lid 2 beschreven methode, voert op gezette tijden stresstests op haar kredietconcentraties uit die mede betrekking hebben op de realiseerbare waarde van de geaccepteerde zekerheden.
In de in de eerste alinea bedoelde periodieke stresstests worden de risico's ondervangen die voortvloeien uit potentiële veranderingen in de marktsituatie die een negatieve impact op de toereikendheid van het eigen vermogen van de instelling zouden kunnen hebben, evenals de risico's die voortvloeien uit de uitwinning van zekerheden in crisissituaties.
Met de uitgevoerde stresstests moeten dergelijke risico's op adequate en passende wijze kunnen worden beoordeeld.
Mocht uit de periodieke stresstest blijken dat de uitwinningswaarde van zekerheden lager is dan toegestaan zou zijn om in aanmerking te kunnen worden genomen bij gebruik van de uitgebreide benadering van financiële zekerheden of de in lid 2 beschreven methode, naar gelang van het geval, wordt de toegestane waarde van de zekerheden die bij de berekening van de waarde van blootstellingen voor de toepassing van artikel 395, lid 1, in aanmerking kan worden genomen, dienovereenkomstig verlaagd.
De strategieën van in de eerste alinea bedoelde instellingen om het concentratierisico te ondervangen, omvatten ook het volgende:
a) beleidslijnen en procedures om de risico's te ondervangen die voortvloeien uit looptijdmismatches tussen enerzijds de blootstellingen en anderzijds de kredietprotectie voor deze blootstellingen;
b) beleidslijnen en procedures voor het geval dat bij een stresstest blijkt dat de uitwinningswaarde van zekerheden lager is dan die welke bij gebruik van de uitgebreide benadering van financiële zekerheden of de in lid 2 beschreven methode in aanmerking wordt genomen;
c) beleidslijnen en procedures inzake het concentratierisico dat voortvloeit uit de toepassing van kredietrisicolimiteringstechnieken, met name bij grote indirecte blootstellingen aan kredietrisico, bijvoorbeeld met betrekking tot één uitgevende instelling van als zekerheid geaccepteerde effecten.