Art. 394 Verordening (EU) nr. 575/2013, Rapportagevereisten

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling rapporteert aan de bevoegde autoriteiten de volgende informatie betreffende elke grote risicoblootstelling, en dus ook over grote risicoblootstellingen die zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1:

a) de gegevens betreffende de cliënt of groep van verbonden cliënten met betrekking tot welke zij een grote risicoblootstelling heeft;

b) de blootstellingswaarde vóór inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, wanneer van toepassing;

c) indien gebruik wordt gemaakt van kredietprotectie, de soort volgestorte of niet-volgestorte protectie;

d) de blootstellingswaarde, berekend voor de toepassing van artikel 395, lid 1, na inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering.

Indien een instelling onderworpen is aan deel 3, titel II, hoofdstuk 3, worden haar twintig grootste blootstellingen op geconsolideerde basis, ongerekend de blootstellingen die zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1, aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking gesteld.

2. Een instelling rapporteert, naast de in lid 1 bedoelde informatie, de volgende informatie aan de bevoegde autoriteiten in verband met haar tien grootste risicoblootstellingen op geconsolideerde basis met betrekking tot instellingen, alsmede haar tien grootste risicoblootstellingen op geconsolideerde basis met betrekking tot niet-gereglementeerde financiële entiteiten, met inbegrip van grote blootstellingen die zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 395, lid 1:

a) de gegevens betreffende de cliënt of groep van verbonden cliënten met betrekking tot welke zij een grote risicoblootstelling heeft;

b) de blootstellingswaarde vóór inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, wanneer van toepassing;

c) indien gebruik wordt gemaakt van kredietprotectie, de soort volgestorte of niet-volgestorte protectie;

d) de blootstellingswaarde, berekend voor de toepassing van artikel 395, lid 1, na inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering;

e) de verwachte run-off van de blootstelling uitgedrukt als het bedrag dat afloopt binnen maandelijkse looptijdsegmenten tot één jaar, driemaandelijkse looptijdsegmenten tot drie jaar en jaarlijks daarna.

3. De rapportage vindt ten minste tweemaal per jaar plaats.

4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van:

a) de uniforme formats voor de in lid 3 bedoelde rapportage, die in verhouding moet staan tot de aard, de omvang en de complexiteit van de werkzaamheden van de instelling, alsook de instructies voor het gebruik van die formats;

b) de frequenties en de datums voor de in lid 3 bedoelde rapportage;

c) de toe te passen IT-oplossingen voor de in lid 3 bedoelde rapportage.

De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Vorige artikelen

Volgende artikelen