Art. 390 Verordening (EU) nr. 575/2013, Berekening van de blootstellingswaarde
1. De blootstellingen die voortvloeien uit de in bijlage II bedoelde instrumenten worden berekend volgens een van de in deel 3, titel II, hoofdstuk 6, beschreven methoden.
2. Instellingen die toestemming hebben om gebruik te maken van de internemodellenmethode overeenkomstig artikel 283, kunnen die methode gebruiken voor de berekening van de blootstellingswaarden voor retrocessietransacties, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen, margeleningstransacties en transacties met afwikkeling op lange termijn.
3. De instellingen die de eigenvermogensvereisten voor hun handelsportefeuilleactiviteiten berekenen overeenkomstig deel 3, titel IV, hoofdstuk 2, artikel 299 en deel 3, titel V, en, in voorkomend geval, deel 3, titel IV, hoofdstuk 5, berekenen de blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten die zich voordoen in de handelsportefeuille door optelling van de onderstaande posten:
a) het positieve verschil tussen de lange en korte posities van de instelling in alle door de betrokken cliënt uitgegeven financiële instrumenten, waarbij de nettopositie in elk onderscheiden instrument wordt berekend volgens de in deel 3, titel IV, hoofdstuk 2, omschreven methoden;
b) in het geval van overneming van een schuldinstrument of een aandeleninstrument, de nettopositie;
c) de blootstellingen in verband met de in artikel 299 en in de artikelen 378 tot en met 380 bedoelde transacties, overeenkomsten en contracten met de betrokken cliënt; deze blootstellingen worden berekend op de in die artikelen bepaalde wijze voor de berekening van de blootstellingswaarden.
Voor de toepassing van punt b) wordt de nettoblootstelling berekend door aftrek van de op grond van een formele overeenkomst bij derden geplaatste of door derden herovergenomen overnemingsposities, verminderd met de in artikel 345 beschreven factoren.
Voor de toepassing van punt b) voeren de instellingen systemen in voor de bewaking en de beheersing van hun overnemingsblootstellingen in het tijdvak tussen het aangaan van de oorspronkelijke verbintenis en de volgende werkdag, rekening houdend met de aard van de risico's waaraan zij op de bewuste markten blootstaan.
Voor de toepassing van punt c) geldt dat deel 3, titel II, hoofdstuk 3 wordt uitgesloten van de verwijzing in artikel 299.
4. De totale blootstellingen aan het risico ten aanzien van individuele cliënten of groepen van verbonden cliënten worden berekend door de blootstellingen in de handelsportefeuille en de niet-handelsportefeuille op te tellen.
5. De blootstellingen ten aanzien van groepen van verbonden cliënten worden berekend door optelling van blootstellingen ten aanzien van de individuele cliënten in een groep.
6. De blootstellingen omvatten niet:
a) in het geval van valutatransacties, de blootstellingen die tijdens de normale afwikkeling ontstaan in de periode van twee werkdagen nadat betaling heeft plaatsgevonden;
b) in het geval van transacties betreffende de verkoop of aankoop van effecten, de blootstellingen die tijdens de normale afwikkeling ontstaan in de periode van vijf werkdagen nadat betaling heeft plaatsgevonden of nadat de effecten geleverd zijn indien deze levering eerder plaatsvindt;
c) in het geval van betalingsverrichtingen, waaronder de uitvoering van betalingsopdrachten, clearing en afwikkeling in elke valuta en daarmee samenhangende clearing van bank- of financiële instrumenten, afwikkeling en bewaring ten behoeve van cliënten, uitgestelde opbrengsten bij de financiering en andere blootstellingen in verband met die diensten of activiteiten die uiterlijk tot en met de volgende werkdag blijven bestaan;
d) in het geval van betalingsverrichtingen, waaronder de uitvoering van betalingsopdrachten, clearing en afwikkeling in elke valuta en daarmee samenhangende bankdiensten, intra-dayblootstellingen ten aanzien van instellingen die deze diensten aanbieden;
e) blootstellingen die in mindering zijn gebracht op het eigen vermogen overeenkomstig de artikelen 36, 56 en 66.
7. Om de totale blootstelling met betrekking tot een cliënt of groep van verbonden cliënten te bepalen wat betreft cliënten te wier aanzien de instelling blootstellingen heeft via transacties als bedoeld in artikel 112, punten m) en o), of via andere transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa, beoordeelt een instelling haar onderliggende blootstellingen en houdt zij daarbij rekening met de economische kenmerken van de structuur van de transactie en met de risico's die verbonden zijn aan de structuur van de transactie zelf, teneinde te bepalen of die een nieuwe blootstelling vormt.
8. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
a) de voorwaarden en methoden die worden gebruikt om de totale blootstelling met betrekking tot een cliënt of groep van verbonden cliënten te bepalen wat de in lid 7 bedoelde soorten blootstellingen betreft;
b) de voorwaarden waaronder de structuur van de in lid 7 bedoelde transactie geen nieuwe blootstelling vormt.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.