Art. 376 Verordening (EU) nr. 575/2013, Bijzondere vereisten voor het interne IRC-model
1. Het interne model voor de weergave van het oplopend wanbetalingsrisico en migratierisico weerspiegelt het niet-lineaire effect van opties, gestructureerde kredietderivaten en andere posities met wezenlijk niet-lineair gedrag met betrekking tot prijsveranderingen. De instelling houdt ook naar behoren rekening met de mate van modelrisico die inherent is aan de waardering en raming van de prijsrisico’s die aan dergelijke producten verbonden zijn.
2. Het interne model is op objectieve en geactualiseerde gegevens gebaseerd.
3. Als onderdeel van de onafhankelijke toetsing en validatie van haar voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen, inclusief de toepassing van het risicometingssysteem, verricht een instelling in het bijzonder alle volgende handelingen:
a) zij valideert dat haar modelleringsbenadering voor correlaties en prijsveranderingen, met inbegrip van de keuze en de weging van haar systemische risicofactoren, geschikt is voor haar portefeuille;
b) zij verricht diverse stresstests, met inbegrip van een gevoeligheidsanalyse en een scenarioanalyse, om de kwalitatieve en kwantitatieve redelijkheid van het interne model te beoordelen, met name wat de behandeling van concentraties betreft. Deze tests mogen niet beperkt blijven tot gebeurtenissen die in het verleden zijn ondergaan;
c) zij past de geschikte kwantitatieve validatie toe, met inbegrip van relevante benchmarks voor interne modellering.
4. Het interne model moet consistent zijn met de interne risicobeheermethoden die door de instelling worden gevolgd voor het detecteren, meten en beheren van handelsrisico's.
5. De instellingen documenteren hun interne model zodanig dat de correlatie- en andere modelleringsaannames transparant zijn voor de bevoegde autoriteiten.
6. Het interne model levert een conservatieve beoordeling op van het risico dat volgens realistische marktscenario’s voortvloeit uit minder liquide posities en posities met beperkte prijstransparantie. Voorts voldoet het interne model aan minimale gegevensnormen. Vervangende gegevens zijn voldoende conservatief en mogen alleen worden gebruikt als de beschikbare gegevens ontoereikend zijn of niet de ware volatiliteit van een positie of portefeuille weerspiegelen.