Art. 32, Ongegronde verzoeken
1. Onverminderd artikel 27 kunnen de lidstaten een verzoek enkel als ongegrond afwijzen wanneer de beslissingsautoriteit heeft vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor internationale bescherming overeenkomstig Richtlijn 2011/95/EU.
2. In gevallen van ongegronde verzoeken waarop een van de in artikel 31, lid 8, vermelde omstandigheden van toepassing is, kunnen de lidstaten tevens een verzoek als kennelijk ongegrond beschouwen indien dit zo in de nationale wetgeving is omschreven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:890
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:891
- ABRvS 3 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2999
- ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3275
- ABRvS 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1022
- ABRvS 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:729
- ABRvS 17 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1442
- ABRvS 7 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1025
- ABRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1164
- ABRvS 17 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1293
- Rb. Den Haag 19 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11260
- Rb. Den Haag 19 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11259
- Rb. Den Haag 19 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5463
- Rb. Den Haag 29 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1761
- Rb. Rotterdam 6 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10923
- Rb. Den Haag 14 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7351
- Rb. Den Haag 7 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7513
- Rb. Den Haag 18 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6033
- Rb. Den Haag 18 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6032
- Rb. Den Haag 27 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14598