Art. 31 Richtlijn 2013/30/EU, Voorbereidheid en reactie op grensoverschrijdende noodsituaties van lidstaten met offshore olie- en gasactiviteiten in hun rechtsgebied
1. Wanneer een lidstaat van oordeel is dat een groot gevaar in verband met een offshore olie- en gasexploitatie die in zijn rechtsgebied zal plaatsvinden, wellicht aanzienlijke gevolgen voor het milieu in een andere lidstaat zal hebben, dan zendt de lidstaat voorafgaand aan het begin van de exploitatie de betrokken informatie aan de potentieel getroffen lidstaat toe en streeft hij ernaar om samen met die lidstaat maatregelen vast te stellen om schade te voorkomen.
Lidstaten die zich als potentieel getroffen beschouwen, kunnen de lidstaat in wiens rechtsgebied de offshore olie- en gasexploitatie zal plaatsvinden, te allen tijde alle relevante informatie toezenden. Deze lidstaten kunnen gezamenlijk de doeltreffendheid van de maatregelen beoordelen, onverminderd de wettelijk opgedragen functies van de bevoegde autoriteit in wiens rechtsgebied voorschriften van artikel 8, lid 1, punten a), b) en c).
2. In interne en externe rampenplannen wordt rekening gehouden met de overeenkomstig lid 1 bepaalde grote gevaren teneinde een gezamenlijke doeltreffende reactie op een ernstig ongeval vlotter te laten verlopen.
3. Wanneer er een risico bestaat dat voorspelbare grensoverschrijdende gevolgen van grote ongevallen derde landen treffen, stellen de lidstaten, op basis van wederkerigheid, informatie ter beschikking van deze derde landen.
4. De lidstaten coördineren onderling de maatregelen die betrekking hebben op gebieden buiten de Unie om mogelijke negatieve gevolgen van offshore olie- en gasactiviteiten te voorkomen.
5. De lidstaten testen regelmatig of zij voorbereid zijn om doeltreffend op ernstige ongevallen te reageren in samenwerking met potentieel getroffen lidstaten, de relevante agentschappen van de Unie en, op basis van wederkerigheid, potentieel getroffen derde landen. De Commissie kan een bijdrage leveren tot oefeningen die toegespitst zijn op het testen van grensoverschrijdende noodmechanismen.
6. Bij een zwaar ongeval, of de onmiddellijke dreiging daarvan, dat c.q. die grensoverschrijdende gevolgen heeft of kan hebben, brengt de lidstaat in wiens rechtsgebied de gebeurtenis plaatsvindt, de Commissie en de lidstaten of derde landen die door de gebeurtenis getroffen kunnen worden, onmiddellijk op de hoogte en verstrekt hij hun voortdurend informatie die van belang is voor een doeltreffende reactie op de noodsituatie.