Art. 28 Richtlijn 2013/30/EU, Eisen inzake interne rampenplannen

Richtlijn 2013/30/EU

1. De lidstaten zien erop toe dat interne rampenplannen die overeenkomstig artikel 14 moeten worden opgesteld door de exploitant of de eigenaar en die op grond van artikel 11, lid 1, onder g), moet worden ingediend:

a) onverwijld in werking worden gesteld als reactie op een zwaar ongeval of een situatie met een onmiddellijk risico op een zwaar ongeval, en

b) consistent zijn met het in artikel 29 bedoelde externe rampenplan.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant en de eigenaar beschikken over apparatuur en deskundigheid die nodig zijn voor het interne rampenplan, zodat deze apparatuur en deskundigheid te allen tijde beschikbaar zijn en deze bij de uitvoering van het externe rampenplan in voorkomend geval kan worden gedeeld met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het externe rampenplan van de lidstaat waar het interne rampenplan van toepassing is.

3. Het interne rampenplan wordt opgesteld overeenkomstig bijlage I, deel 10, en bijgewerkt als gevolg van elke essentiële wijziging in de op grond van artikel 11 ingediende rapporten inzake grote gevaren of kennisgevingen. Elke bijwerking wordt op grond van artikel 11, lid 1, onder g), bij de bevoegde autoriteit ingediend en ter kennis gebracht van de autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het opstellen van de externe rampenplannen voor het betrokken gebied.

4. Het interne rampenplan wordt geïntegreerd met andere maatregelen voor de bescherming en redding van personeel van de getroffen installatie, teneinde de persoonlijke veiligheid te beschermen en goede overlevingskansen te waarborgen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen