Art. 87 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Inning door middel van verrekening

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Wanneer de debiteur in de zin van artikel 81, onder a), een zekere, vaststaande en invorderbare vordering op de Unie heeft die betrekking heeft op een door een betalingsopdracht vastgesteld bedrag, gaat de rekenplichtige na het verstrijken van de in artikel 80, lid 3, onder b), bedoelde termijn over tot de inning van de vastgestelde schuldvorderingen door middel van verrekening.

In uitzonderlijke omstandigheden gaat de rekenplichtige echter vóór het verstrijken van de in artikel 80, lid 3, onder b), bedoelde termijn over tot inning door middel van verrekening, indien dit ter bescherming van de financiële belangen van de Unie nodig is, omdat hij gerechtvaardigde redenen heeft om aan te nemen, dat het aan de Unie verschuldigde bedrag anders verloren zou gaan.

De rekenplichtige gaat ook over tot inning door middel van verrekening vóór het verstrijken van de in artikel 80, lid 3, onder b), bedoelde termijn wanneer de debiteur daarmee instemt.

2. Voordat hij overeenkomstig lid 1 tot inning overgaat, raadpleegt de rekenplichtige de bevoegde ordonnateur en stelt hij de betrokken debiteuren hiervan in kennis.

Wanneer de debiteur een nationale autoriteit of een van haar administratieve entiteiten is, stelt de rekenplichtige de betrokken lidstaat ten minste tien werkdagen van tevoren van zijn voornemen, door middel van verrekening tot inning over te gaan, in kennis. In overleg met de betrokken lidstaat of administratieve entiteit mag de rekenplichtige echter vóór het verstrijken van de termijn door middel van verrekening tot inning overgaan.

3. De in lid 1 bedoelde verrekening heeft dezelfde gevolgen als een betaling en geldt voor de Unie als kwijting voor het bedrag van de schuld en, in voorkomend geval, de verschuldigde rente.

Vorige artikelen

Volgende artikelen