Art. 79 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Raming van schuldvorderingen
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. De raming van schuldvorderingen vermeldt de aard en de aanwijzing van de ontvangst op de begroting, alsmede, zo mogelijk, de debiteur en het geraamde bedrag.
Bij de opstelling van de raming van schuldvorderingen verifieert de bevoegde ordonnateur met name:
a) de juistheid van de aanwijzing op de begroting;
b) de regelmatigheid en de overeenstemming van de raming met de geldende voorschriften en het beginsel van goed financieel beheer.
2. Behoudens artikel 181, lid 2, en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement en artikel 7, lid 2, van deze verordening, leidt de raming van schuldvorderingen niet tot vastleggingskredieten. In de in artikel 21 van het Financieel Reglement bedoelde gevallen ontstaan eerst kredieten nadat de Unie de verschuldigde bedragen daadwerkelijk hebben geïnd.