Art. 67 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Instelling en betaling
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. In het besluit tot instelling van beheer van gelden ter goede rekening en tot aanwijzing van een beheerder van gelden ter goede rekening en het besluit tot wijziging van de voorwaarden voor de werking van beheer van gelden ter goede rekening worden met name vastgesteld:
a) het doel en het maximumbedrag van de aanvankelijke gelden die ter goede rekening kunnen worden verstrekt;
b) de opening, in voorkomend geval, van een bank- of postrekening op naam van de instelling;
c) de aard en het maximumbedrag van elke uitgave die door de beheerder van gelden ter goede rekening aan derden mag worden betaald of bij hen mag worden geïnd;
d) de regelmaat waarmee en de wijze waarop de bewijsstukken moeten worden overgelegd en de toezending van deze bewijsstukken aan de ordonnateur voor regularisatie;
e) de wijze waarop de gelden ter goede rekening eventueel worden aangevuld;
f) dat de verrichtingen in het kader van het beheer van gelden ter goede rekening uiterlijk aan het einde van de volgende maand door de ordonnateur worden geregulariseerd, om te zorgen voor afstemming van het boeksaldo en het banksaldo;
g) de geldigheidsduur van de machtiging die door de rekenplichtige aan de beheerder van gelden ter goede rekening wordt verstrekt;
h) de identiteit van de aangewezen beheerder van gelden ter goede rekening.
2. Bij de voorstellen voor besluiten tot het instellen van beheer van gelden ter goede rekening is de bevoegde ordonnateur verplicht:
a) bij voorkeur de budgettaire weg te gebruiken wanneer de toegang tot het centrale geautomatiseerde boekhoudsysteem voorhanden is;
b) slechts in gerechtvaardigde gevallen gebruik te maken van beheer van gelden ter goede rekening.
Het maximumbedrag dat door de beheerder van gelden ter goede rekening mag worden betaald wanneer betaling langs budgettaire weg feitelijk niet mogelijk of niet efficiënt is, mag niet hoger zijn dan 60 000 EUR per uitgave.
3. Betalingen aan derden kunnen door de beheerder van gelden ter goede rekening worden verricht op grond en binnen de grenzen van:
a) voorafgaande vastleggingen in de begroting en juridische verbintenissen die door de bevoegde ordonnateur zijn ondertekend;
b) het resterende positieve saldo, in kas of op de bank, van de gelden ter goede rekening.
4. De betalingen in het kader van het beheer van gelden ter goede rekening kunnen geschieden door overschrijving, met inbegrip van het in artikel 89 van het Financieel Reglement bedoelde systeem van automatische incasso’s, door een cheque of op andere wijze, met inbegrip van debetkaarten, overeenkomstig de instructies van de rekenplichtige.
5. De verrichte betalingen worden gevolgd door formele besluiten tot definitieve betaalbaarstelling en/of regularisatiebetalingsopdrachten die door de bevoegde ordonnateur zijn ondertekend.