Art. 64 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Bewaring van bewijsstukken door de rekenplichtige

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

De bewijsstukken met betrekking tot de boekhouding en de opstelling van de in artikel 141 van het Financieel Reglement bedoelde rekeningen worden bewaard gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum waarop het Europees Parlement kwijting verleent voor het begrotingsjaar waarop de bewijsstukken betrekking hebben.

De bewijsstukken met betrekking tot verrichtingen die niet definitief zijn afgesloten, worden echter langer bewaard, en wel tot het einde van het jaar dat volgt op de afsluiting van de genoemde verrichtingen. Artikel 37, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing wat de bewaring van verkeersgegevens betreft.

Elke instelling bepaalt bij welke dienst de bewijsstukken worden bewaard.

Vorige artikelen

Volgende artikelen