Art. 66 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Gebruik van gelden ter goede rekening

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Wanneer betalingen langs budgettaire weg niet mogelijk of niet efficiënt zijn omdat het om geringe bedragen gaat, kan beheer van gelden ter goede rekening worden ingesteld.

2. De beheerder van gelden ter goede rekening mag op grond van een in de instructies van de bevoegde ordonnateur opgenomen gedetailleerd raamwerk overgaan tot de voorlopige betaalbaarstelling en de betaling van de uitgaven. Deze instructies bevatten de regels volgens welke en de voorwaarden waaronder de voorlopige betaalbaarstelling en betalingen van uitgaven worden uitgevoerd en, in voorkomend geval, de voorwaarden voor de ondertekening van juridische verbintenissen in de zin van artikel 97, lid 1, onder e).

3. De instelling van beheer van gelden ter goede rekening en de aanwijzing van een beheerder van gelden ter goede rekening geschieden bij besluit van de rekenplichtige op een met redenen omkleed voorstel van de bevoegde ordonnateur. In dit besluit wordt nadrukkelijk op de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de beheerder van gelden ter goede rekening en de ordonnateur gewezen.

De wijziging van de voorwaarden voor het beheer van gelden ter goede rekening geschiedt eveneens bij besluit van de rekenplichtige op een met redenen omkleed voorstel van de bevoegde ordonnateur.

4. Bij de delegaties van de Unie worden, met waarborging van de volledige traceerbaarheid van de uitgaven, kassen van gelden ter goede rekening ingesteld voor het betalen van uitgaven uit zowel de afdeling „Commissie” van de begroting als die van de Europese Dienst voor extern optreden (hierna „de EDEO” genoemd).

Vorige artikelen

Volgende artikelen