Art. 55 Verordening (EU) nr. 601/2012, Bronnen van onzekerheid

Verordening (EU) nr. 601/2012

1. De vliegtuigexploitant stelt bronnen van onzekerheid en ermee samenhangende onzekerheidsniveaus vast. De vliegtuigexploitant houdt rekening met die informatie bij het kiezen van de monitoringmethode overeenkomstig artikel 52, lid 2.

2. Indien de vliegtuigexploitant de hoeveelheden getankte brandstof bepaalt overeenkomstig artikel 52, lid 3, onder a), wordt deze niet verplicht het daarmee samenhangende onzekerheidsniveau nader te staven.

3. Wanneer systemen aan boord van het vliegtuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof of brandstof in de tanks te meten overeenkomstig artikel 52, lid 3, onder b), wordt het met die metingen samenhangende onzekerheidsniveau gestaafd door alle volgende gegevens:

a) de specificaties van de vliegtuigfabrikant betreffende het onzekerheidsniveau van de brandstofmeetsystemen aan boord van het vliegtuig;

b) bewijsstukken die aantonen dat routinecontroles van het correct functioneren van de brandstofmeetsystemen worden uitgevoerd.

4. In afwijking van de leden 2 en 3 mag de vliegtuigexploitant de onzekerheid die samenhangt met alle andere onderdelen van de monitoringmethode baseren op een conservatieve schatting door deskundigen, rekening houdend met het geraamde aantal vluchten tijdens de verslagperiode.

5. De vliegtuigexploitant voert regelmatig passende controles uit en controleert onder meer of de hoeveelheden getankte brandstof zoals vermeld op de facturen overeenstemmen met de hoeveelheden getankte brandstof zoals gemeten aan boord van het vliegtuig. Indien opmerkelijke afwijkingen worden vastgesteld, neemt hij corrigerende maatregelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen