Art. 51 Verordening (EU) nr. 601/2012, Indiening van monitoringplannen

Verordening (EU) nr. 601/2012

1. Uiterlijk vier maanden voordat een vliegtuigexploitant begint met luchtvaartactiviteiten die onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vallen, dient hij bij de bevoegde autoriteit een monitoringplan in voor de monitoring en rapportage van emissies overeenkomstig artikel 12.

In afwijking van de eerste alinea dient een vliegtuigexploitant die voor het eerst een onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vallende luchtvaartactiviteit verricht welke niet vier maanden vóór de activiteit kon worden voorzien, onverwijld en uiterlijk zes weken na de uitvoering van die activiteit, een monitoringplan in bij de bevoegde autoriteit. De vliegtuigexploitant motiveert ten behoeve van de bevoegde autoriteit naar behoren waarom er niet vier maanden vóór de activiteit een monitoringplan kon worden ingediend.

Als de administrerende lidstaat bedoeld in artikel 18 bis van Richtlijn 2003/87/EG niet vooraf bekend is, dient de vliegtuigexploitant het monitoringplan onverwijld in zodra informatie over de bevoegde autoriteit van de administrerende lidstaat beschikbaar is.

2. Als de vliegtuigexploitant een aanvraag voor een kosteloze toewijzing van emissierechten wil indienen overeenkomstig artikel 3 sexies of 3 septies van Richtlijn 2003/87/EG, dient hij tevens een monitoringplan voor de monitoring en rapportage van tonkilometergegevens in. Dat monitoringplan wordt ingediend uiterlijk vier maanden voor aanvang van een van de volgende perioden:

a) het monitoringjaar vermeld in artikel 3 sexies, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG, voor aanvragen overeenkomstig dat artikel;

b) het tweede kalenderjaar van de periode bedoeld in artikel 3 quater, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG, voor aanvragen overeenkomstig artikel 3 septies van deze richtlijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen