Art. 15, Omzetting, transport en distributie van energie

1. De lidstaten zien erop toe dat de nationale reguleringsinstanties voor energie, bij de uitvoering van de in Richtlijnen 2009/72/EG en 2009/73/EG omschreven taken, in hun beslissingen betreffende het beheer van gas- en elektriciteitsinfrastructuur rekening houden met energie-efficiëntie.

De lidstaten er met name voor dat de nationale reguleringsinstanties voor energie door middel van nettarieven en netregulering in het kader van Richtlijn 2009/72/EG en rekening houdend met de kosten en baten van elke maatregel, netbeheerders aanmoedigen systeemdiensten beschikbaar te stellen, zodat netgebruikers maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie kunnen uitvoeren in het kader van de continue ontwikkeling van slimme energienetten.

Deze systeemdiensten kunnen door de systeembeheerder worden bepaald en brengen de beveiliging van het systeem niet in het gedrang.

De lidstaten zorgen ervoor dat, wat elektriciteit betreft, netregulering en nettarieven voldoen aan de criteria van bijlage XI en recht doen aan de richtsnoeren en codes die zijn opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 714/2009.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat, uiterlijk op 30 juni 2015:

a) een beoordeling wordt uitgevoerd van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun gas- en elektriciteitsinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft transport, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting op installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren;

b) concrete maatregelen en investeringen worden vastgesteld voor het invoeren van kosteneffectieve verbeteringen van de energie-efficiëntie in de netwerkinfrastructuur, met een tijdschema voor de invoering ervan.

3. De lidstaten kunnen onderdelen van regelingen en tariefstructuren met een sociale doelstelling voor netgebonden energietransport en -distributie toestaan, mits de verstorende effecten voor het transport- en distributienet tot het nodige minimum beperkt blijven en niet onevenredig zijn ten opzichte van de sociale doelstelling.

4. De lidstaten heffen de prikkels in de transport- en distributietarieven op die de algehele efficiëntie (inclusief de energie-efficiëntie) aantasten van de productie, het transport, de distributie en de levering van elektriciteit of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De lidstaten zorgen ervoor dat netwerkbeheerders gestimuleerd worden het ontwerp en beheer van infrastructuur te verbeteren en, in het kader van Richtlijn 2009/72/EG, dat de tarieven de leveranciers in staat stellen de participatie van afnemers aan systeemefficiëntie te verhogen, met inbegrip van vraagrespons en met inachtneming van de nationale omstandigheden.

5. Onverminderd artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2009/28/EG en gelet op artikel 15 van Richtlijn 2009/72/EG en op het gegeven dat de continuïteit in de warmtevoorziening moet worden verzekerd, zorgen de lidstaten ervoor dat, afhankelijk van de eisen met betrekking tot de instandhouding van de betrouwbaarheid en veiligheid van het net, op basis van door de bevoegde nationale instanties vastgelegde transparante, niet-discriminerende criteria, transmissie- en distributiesysteembeheerders die belast zijn met de verdeling van de opwekkingsinstallaties op hun grondgebied:

a) het transport en de distributie van elektriciteit uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling waarborgen;

b) prioritaire of gegarandeerde toegang tot het net verlenen aan elektriciteit uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling;

c) voorrang verlenen aan elektriciteit uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling bij de dispatching van installaties voor elektriciteitsopwekking, voor zover een veilige exploitatie van het nationale elektriciteitsstelsel dat toelaat.

De lidstaten zorgen ervoor dat de regels in verband met de volgorde van de verschillende prioriteiten inzake toegang en verdeling in hun elektriciteitssystemen duidelijk en nauwkeurig worden geformuleerd en bekendgemaakt. Ingeval zij voor de toegang of verdeling voorrang geven aan hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, kunnen de lidstaten een volgorde vaststellen tussen en binnen verschillende soorten hernieuwbare energie en hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, en zorgen zij er in ieder geval voor dat de prioritaire toegang of verdeling voor energie afkomstig uit variabele hernieuwbare energiebronnen niet wordt belemmerd.

Naast de in de eerste alinea vastgelegde verplichtingen voldoen de transmissie- en de distributiesysteembeheerders aan de voorschriften van bijlage XII.

De lidstaten kunnen de toegang tot het net met name vergemakkelijken voor elektriciteit geproduceerd door hoogrenderende kleinschalige en micro-warmtekrachtkoppelingseenheden. De lidstaten nemen, indien nodig, maatregelen om de netwerkbeheerders aan te sporen voor de installatie van micro-warmtekrachtkoppelingsinstallaties een eenvoudige "installeer en informeer"-kennisgeving in te voeren, zodat de vergunningprocedure voor individuele burgers en installateurs kan worden vereenvoudigd en bekort.

6. Onverminderd de voorschriften betreffende de handhaving van de betrouwbaarheid en de veiligheid van het net, treffen de lidstaten de nodige maatregelen zodat beheerders van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, indien dit, gelet op de werkwijze van de hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallatie, technisch en economisch haalbaar is, op het niveau van de transmissie- en de distributiesysteembeheerders balancerings- en andere operationele diensten kunnen aanbieden. De transmissie- en de distributiesysteembeheerders zorgen ervoor dat deze dienstverlening het voorwerp uitmaakt van een transparante, niet- discriminerende en toetsbare aanbestedingsprocedure.

Indien nodig kunnen de lidstaten de transmissie- en de distributiesysteembeheerders ertoe verplichten om de vestiging van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling dichtbij het vraaggebied aan te moedigen door de aansluitingskosten en de kosten voor systeemgebruik te verlagen.

7. De lidstaten kunnen producenten van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling die aansluiting op het net wensen, toestaan een openbare aanbesteding voor de aansluitingswerkzaamheden uit te schrijven.

8. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale energiereguleringsinstanties prikkels geven voor de deelname van vraagzijdemiddelen — bijvoorbeeld vraagrespons — aan het aanbod op de groothandels- en kleinhandelsmarkten.

Rekening houdend met de technische beperkingen die inherent zijn aan het beheer van netwerken, zorgen de lidstaten ervoor dat vraagrespons-leveranciers, inclusief aggregators, met inachtneming van hun technische mogelijkheden niet discriminerend worden behandeld door transmissiesysteem- en distributiesysteembeheerders bij het naleven van hun verplichtingen inzake balancerings- en nevendiensten.

Rekening houdend met de technische beperkingen die inherent zijn aan het beheer van netwerken, bevorderen de lidstaten dat vraagrespons toegang krijgt tot en deelneemt aan de markten voor balancerings-, reserve- en andere systeemdiensten, onder meer door van nationale reguleringsinstanties of, ingeval de nationale regelgeving dat voorschrijft, van transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders te verlangen dat zij, in nauwe samenwerking met dienstenverleners aan de vraagzijde en afnemers, technische specificaties opstellen voor de deelname aan die markten, op basis van de technische eisen van die markten en de mogelijkheden van de vraagrespons. Die specificaties hebben ook betrekking op de deelname van aggregators.

9. Bij de rapportage krachtens Richtlijn 2010/75/EU overwegen de lidstaten, onverminderd artikel 9, lid 2, van die richtlijn, informatie te verschaffen over het energie-efficiëntieniveau van installaties die brandstof stoken met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer, in aanmerking nemend de relevante beste beschikbare technieken die in overeenstemming met Richtlijn 2010/75/EU en Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (27) zijn ontwikkeld.

De lidstaten kunnen exploitanten van installaties als bedoeld in de eerste alinea aanmoedigen het netto jaargemiddelde van het gebruiksrendement van de installatie te verbeteren.

Uitspraken die dit artikel aanhalen