Art. 13 Verordening (EU) nr. 1227/2011, Tenuitvoerlegging van het verbod op marktmisbruik
Verordening (EU) nr. 1227/2011
1. De nationale regulerende instanties zien erop toe dat de in de artikelen 3 en 5 vastgestelde verbodsbepalingen en de in artikel 4 vastgestelde verplichting worden toegepast.
Iedere lidstaat zorgt ervoor dat de nationale regulerende instanties uiterlijk op 29 juni 2013 over de onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden beschikken, die zij nodig hebben om deze functie te kunnen uitoefenen. Deze bevoegdheden worden op evenredige wijze uitgeoefend.
Zij kunnen als volgt worden uitgeoefend:
a) rechtstreeks;
b) in samenwerking met andere instanties, of
c) middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.
In voorkomend geval kunnen de nationale regulerende instanties hun onderzoeksbevoegdheden uitoefenen in samenwerking met georganiseerde markten, systemen voor de matching van orders of andere personen die beroepshalve transacties tot stand brengen als bedoeld in artikel 8, lid 4, onder d).
2. De in lid 1 bedoelde onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden blijven beperkt tot het doel van het onderzoek. Ze worden uitgeoefend in overeenstemming met de nationale wetgeving, en omvatten het recht om:
a) toegang te verkrijgen tot ieder document, in enigerlei vorm, en een afschrift hiervan te ontvangen;
b) inlichtingen te verlangen van iedere relevante persoon, met inbegrip van degenen die successievelijk betrokken zijn bij het doorgeven van handelsorders of het uitvoeren van de desbetreffende transacties, alsook hun opdrachtgevers, en in voorkomend geval het recht om een dergelijke persoon of opdrachtgever op te roepen en te horen;
c) ter plaatse inspecties te verrichten;
d) bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen;
e) te verlangen dat elke praktijk die in strijd is met deze verordening of de bijbehorende gedelegeerde handelingen of de daarop gebaseerde uitvoeringshandelingen, wordt beëindigd;
f) een rechter te vragen om vermogensbestanddelen te bevriezen of in beslag te nemen;
g) een rechterlijke of bevoegde instantie te verzoeken een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening op te leggen.