Art. 19 Verordening (EU) nr. 1077/2011, Adviesgroepen

Verordening (EU) nr. 1077/2011

1. De volgende adviesgroepen verstrekken de raad van bestuur expertise inzake de grootschalige IT-systemen, in het bijzonder bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en van het jaarlijkse activiteitenverslag:

a) de adviesgroep-SIS II;

b) de adviesgroep-VIS;

c) de adviesgroep-Eurodac;

d) elke andere adviesgroep betreffende een grootschalig IT-systeem, indien daarin is voorzien in het toepasselijke wetgevingsinstrument betreffende de ontwikkeling, de oprichting, de werking en het gebruik van dat grootschalige IT-systeem.

2. De verschillende lidstaten die zijn gebonden door een wetgevingsinstrument van de Unie betreffende de ontwikkeling, de oprichting, de werking en het gebruik van een bepaald grootschalig IT-systeem, alsook de Commissie, benoemen elk een lid van de desbetreffende adviesgroep, voor een hernieuwbare termijn van drie jaar.

Denemarken benoemt eveneens een lid van de adviesgroep met betrekking tot een grootschalig IT-systeem, indien het op grond van artikel 4 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken beslist het wetgevingsinstrument betreffende de ontwikkeling, de instelling, de werking en het gebruik van dat grootschalige IT-systeem in nationaal recht om te zetten.

Ieder land dat in het kader van een bepaald grootschalig IT-systeem bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, de Eurodac-maatregelen en de maatregelen betreffende andere grootschalige IT-systemen is betrokken, benoemt een lid van de adviesgroep betreffende dat grootschalige IT-Systeem.

3. Europol en Eurojust kunnen elk een vertegenwoordiger in de adviesgroep-SIS II benoemen. Europol kan eveneens een vertegenwoordiger in de adviesgroep-VIS benoemen.

4. De leden van de raad van bestuur kunnen geen lid zijn van enige adviesgroep. De uitvoerend directeur of zijn vertegenwoordiger kan alle vergaderingen van de adviesgroepen als waarnemer bijwonen.

5. De procedures voor de werking van en de samenwerking tussen de adviesgroepen worden vastgelegd in het reglement van orde van het Agentschap.

6. Bij het opstellen van een advies streven de leden van elke adviesgroep zoveel mogelijk naar consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, geldt als advies het gemotiveerde standpunt van de meerderheid van de leden. De gemotiveerde minderheidsstandpunten worden eveneens genotuleerd. De leden 3 en 4 van artikel 16 zijn van overeenkomstige toepassing. De leden die landen vertegenwoordigen welke zijn betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Eurodac-maatregelen, mogen hun mening kenbaar maken over onderwerpen ten aanzien waarvan zij niet stemgerechtigd zijn.

7. Iedere lidstaat die en ieder land dat is betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Eurodac-maatregelen faciliteren de werkzaamheden van de adviesgroepen.

8. Ten aanzien van het voorzitterschap van de adviesgroepen is artikel 14 van overeenkomstige toepassing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen