Art. 18 Verordening (EU) nr. 1077/2011, Benoeming van de uitvoerend directeur
Verordening (EU) nr. 1077/2011
1. De raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur voor een ambtstermijn van vijf jaar uit een lijst van kandidaten die na een door de Commissie georganiseerd algemeen vergelijkend onderzoek in aanmerking komen. De selectieprocedure houdt in dat in het Publicatieblad van de Europese Unie en elders een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling wordt geplaatst. De raad van bestuur kan verlangen dat een nieuwe procedure wordt begonnen als hij geen van de kandidaten op de eerste lijst geschikt acht. De raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur op basis van persoonlijke verdiensten, ervaring op het gebied van grootschalige IT-systemen, capaciteiten inzake bestuur, financiën en beheer, en kennis van gegevensbescherming. De raad van bestuur neemt zijn besluit betreffende de benoeming van de uitvoerend directeur bij tweederdemeerderheid van alle stemgerechtigde leden ervan.
2. De door de raad van bestuur gekozen kandidaat wordt verzocht vóór de benoeming een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden. Nadat deze verklaring is afgelegd, spreekt het Europees Parlement bij advies een oordeel over de geselecteerde kandidaat uit. De raad van bestuur laat het Europees Parlement weten hoe met het advies rekening is gehouden. Zolang de kandidaat niet is benoemd, geldt het advies als persoonlijk en vertrouwelijk.
3. Tijdens de negen maanden die aan het verstrijken van de ambtstermijn van vijf jaar voorafgaan, verricht de raad van bestuur, in nauw overleg met de Commissie, een evaluatie, waarin hij in het bijzonder de tijdens de eerste ambtstermijn van de uitvoerend directeur geleverde prestaties beoordeelt, en de wijze waarop de prestaties zijn geleverd.
4. De raad van bestuur kan, rekening houdend met het evaluatieverslag, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmalig met ten hoogste drie jaar verlengen, doch alleen indien de doestellingen en taken van het Agentschap zulks rechtvaardigen.
5. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. De uitvoerend directeur wordt verzocht in de maand die aan een verlenging voorafgaat een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.
6. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.
7. De raad van bestuur kan de uitvoerend directeur van zijn functie ontheffen. De raad van bestuur besluit bij tweederdemeerderheid van alle stemgerechtigde leden ervan.