Art. 13 Verordening (EU) nr. 805/2011, Aantekening betreffende de taalvaardigheid

Verordening (EU) nr. 805/2011

1. Luchtverkeersleiders en leerling-luchtverkeersleiders mogen de rechten van hun vergunning alleen uitoefenen als zij beschikken over een aantekening voor de Engelse taal.

2. De lidstaten kunnen eisen inzake kennis van de plaatselijke taal stellen wanneer dit noodzakelijk wordt geacht voor de veiligheid.

Dergelijke eisen moeten niet-discriminerend, evenredig en transparant zijn en onverwijld aan het Agentschap worden gemeld.

3. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 moet de aanvrager van een aantekening betreffende de taalvaardigheid aantonen dat hij of zij beschikt over taalvaardigheid op minstens operationeel niveau (niveau 4), zowel wat het gebruik van jargon als van algemeen taalgebruik betreft.

Hiervoor moet de aanvrager:

(a) doeltreffend kunnen communiceren in situaties waarbij alleen de stem hoorbaar is (telefoon/radiotelefoon) of in gesprekken met een aanwezige gesprekspartner;

(b) accuraat en duidelijk kunnen communiceren over gewone, concrete en werkgerelateerde onderwerpen;

(c) passende communicatiestrategieën kunnen gebruiken om boodschappen uit te wisselen en om misverstanden in het algemeen en in de werksituatie te herkennen en op te lossen;

(d) met goed gevolg en relatief gemakkelijk de taalproblemen kunnen oplossen bij complicaties of onverwachte gebeurtenissen in het kader van een gewone werksituatie of een communicatieve taak waarmee hij vertrouwd is, en

(e) taalvarianten of accenten kunnen gebruiken die verstaanbaar zijn voor de luchtvaartgemeenschap.

4. Het niveau van taalvaardigheid wordt bepaald in overeenstemming met de in bijlage III beschreven beoordelingsschaal.

5. Onverminderd lid 3 mag de verlener van luchtvaartnavigatiediensten voor de toepassing van de leden 1 en 2 een hoger niveau (niveau 5) van de beoordelingsschaal voor taalvaardigheid in bijlage III eisen indien de operationele omstandigheden van de betrokken bevoegdverklaring of aantekening om dwingende veiligheidsredenen een hoger niveau rechtvaardigen. Deze eis moet niet-discriminerend, evenredig en transparant zijn, objectief worden gerechtvaardigd door de verlener van luchtvaartnavigatiediensten die het hogere taalvaardigheidsniveau wil toepassen en worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.

6. De taalkennis van de aanvrager wordt met vaste tussenpozen formeel getoetst.

Behalve bij aanvragers met een aangetoonde taalkennis op uitstekend niveau (niveau 6) is de aantekening betreffende de taalvaardigheid in overeenstemming met bijlage III geldig voor een verlengbare periode van:

(a) drie jaar als taalvaardigheid op operationeel niveau (niveau 4) is aangetoond in overeenstemming met bijlage III, of

(b) zes jaar als taalvaardigheid op zeer goed niveau (niveau 5) is aangetoond in overeenstemming met bijlage III.

7. De taalvaardigheid moet worden aangetoond met een certificaat dat is afgegeven na een transparante en objectieve beoordelingsprocedure die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.