Art. 10 Verordening (EU) nr. 805/2011, Bevoegdverklaringen luchtverkeersleiders
1. Vergunningen bevatten ten minste één van de volgende bevoegdverklaringen die het type diensten aangeven dat door de vergunninghouder mag worden verleend:
(a) de bevoegdverklaring „plaatselijke verkeersleiding visueel” (Aerodrome Control Visual, ADV) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen ten behoeve van het luchtvaartterreinverkeer op een luchtvaartterrein dat niet over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt;
(b) de bevoegdverklaring „plaatselijke verkeersleiding op instrumenten” (Aerodrome Control Instrument, ADI) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen ten behoeve van het luchtvaartterreinverkeer op een luchtvaartterrein dat over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt, en moet ten minste vergezeld gaan van een van de aantekeningen als omschreven in artikel 11, lid 1;
(c) de bevoegdverklaring „naderingsverkeersleiding procedureel” (Approach Control Procedural, APP) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen zonder hulp van surveillanceapparatuur;
(d) de bevoegdverklaring „naderingsverkeersleiding surveillance” (Approach Control Surveillance, APS) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen met behulp van surveillanceapparatuur, en moet ten minste vergezeld gaan van een van de aantekeningen als omschreven in artikel 11, lid 2;
(e) de bevoegdverklaring „algemene verkeersleiding procedureel” (Area Control Procedural, ACP) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is om ten behoeve van vliegtuigen een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen zonder surveillanceapparatuur;
(f) de bevoegdverklaring „algemene verkeersleiding surveillance” (Area Control Surveillance, ACS) geeft aan dat de houder van een vergunning bevoegd is om ten behoeve van vliegtuigen een luchtverkeersleidingsdienst te verlenen met behulp van surveillanceapparatuur, en moet ten minste vergezeld gaan van een van de aantekeningen als omschreven in artikel 11, lid 3.
2. Een houder van een bevoegdverklaring die gedurende een periode van vier opeenvolgende jaren de aan die bevoegdverklaring gekoppelde rechten niet heeft uitgeoefend, mag pas beginnen aan een opleiding voor een luchtverkeerseenheid met betrekking tot die bevoegdverklaring nadat op afdoende wijze is vastgesteld of de houder nog voldoet aan de voorwaarden voor die bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan de eventueel uit die beoordeling voortgekomen opleidingeisen.