Art. 11 Verordening (EU) nr. 805/2011, Aantekeningen bij de bevoegdverklaring

Verordening (EU) nr. 805/2011

1. De bevoegdverklaring „plaatstelijke verkeersleiding op instrumenten” (Aerodrome Control Instrument, ADI) bevat ten minste een van de volgende aantekeningen:

(a) de aantekening „verkeerstorenleiding” (Tower Control, TWR), die aangeeft dat de houder bevoegd is luchtverkeersleidingsdiensten te verlenen wanneer de verkeersleiding op het luchtvaartterrein vanuit één werkstation wordt verzorgd;

(b) de aantekening „verkeersleiding aan grondverkeer” (Ground Movement Control, GMC), die aangeeft dat de houder van de vergunning bevoegd is verkeersleiding aan grondverkeer te verzorgen;

(c) de aantekening „verkeersleiding met behulp van grondsurveillanceapparatuur” (Ground Movement Surveillance, GMS), verleend als aanvulling op de aantekening „verkeersleiding aan grondverkeer” of de aantekening „verkeerstorenleiding”, die aangeeft dat de houder bevoegd is verkeersleiding aan grondverkeer te verzorgen met behulp van grondsurveillancesystemen;

(d) de aantekening „luchtverkeersleiding” (Air Control, AIR), die aangeeft dat de houder van de vergunning bevoegd is luchtverkeersleiding te verzorgen;

(e) de aantekening „plaatselijke verkeersleiding radar” (Aerodrome Radar Control, RAD), verleend als aanvulling op de aantekening „luchtverkeersleiding” of de aantekening „verkeerstorenleiding”, die aangeeft dat de houder van de vergunning bevoegd is plaatselijke luchtverkeersleiding te verzorgen met behulp van radarapparatuur.

2. De bevoegdverklaring „naderingsverkeersleiding surveillance” (Approach Control Surveillance, APS) bevat ten minste een van de volgende aantekeningen:

(a) de aantekening „radar” (RAD), die aangeeft dat de houder van de vergunning bevoegd is een naderingsluchtverkeersleidingsdienst te verlenen met behulp van primaire en/of secundaire radarapparatuur;

(b) de aantekening „precisienadering met radar” (Precision Approach Radar, PAR), verleend als aanvuling op de aantekening „radar”, die aangeeft dat de houder van de vergunning bevoegd is om met behulp van precisienaderingsapparatuur vanaf de grond gecontroleerde precisienaderingen te verzorgen ten behoeve van vliegtuigen in het laatste stadium van de nadering van de landingsbaan;

(c) de aantekening „nadering met surveillanceradar” (Surveillance Radar Approach, SRA), verleend als aanvulling op de aantekening „radar”, die aangeeft dat de houder bevoegd is om met behulp van surveillanceapparatuur vanaf de grond gecontroleerde niet-precisienaderingen te verzorgen ten behoeve van vliegtuigen in het laatste stadium van de nadering van de landingsbaan;

(d) de aantekening „automatisch afhankelijke surveillance” (Automatic Dependent Surveillance, ADS), die aangeeft dat de houder bevoegd is een naderingsluchtverkeersleidingsdienst te verlenen met behulp van automatisch afhankelijke surveillance;

(e) de aantekening „naderingsluchtverkeersleiding” (Terminal Control, TCL), verleend als aanvulling op de aantekening „radar” of de aantekening „automatisch afhankelijke surveillance”, die aangeeft dat de houder bevoegd is om met behulp van surveillanceapparatuur luchtverkeersleidingsdiensten te verlenen ten behoeve van vliegtuigen die in een bepaald naderingsluchtverkeersleidingsgebied en/of aangrenzende sectoren actief zijn.

3. De bevoegdverklaring „algemene verkeersleiding surveillance” (Area Control Surveillance, ACS) bevat ten minste een van de volgende aantekeningen:

(a) de aantekening „radar” (RAD), die aangeeft dat de houder bevoegd is algemene luchtverkeersleiding te verzorgen met behulp van radarapparatuur;

(b) de aantekening „automatisch afhankelijke surveillance” (Automatic Dependent Surveillance, ADS), die aangeeft dat de houder bevoegd is algemene luchtverkeersleiding te verzorgen met behulp van automatisch afhankelijke surveillance;

(c) de aantekening „naderingsluchtverkeersleiding” (Terminal Control, TCL), verleend als aanvulling op de aantekening „radar” of de aantekening „automatisch afhankelijke surveillance”, die aangeeft dat de houder bevoegd is om met behulp van surveillanceapparatuur luchtverkeersleidingsdiensten te verlenen ten behoeve van vliegtuigen die in een bepaald naderingsluchtverkeersleidingsgebied en/of aangrenzende sectoren opereren;

(d) de aantekening „oceaan verkeersleiding” (Oceanic Control, OCN), die aangeeft dat de houder bevoegd is om ten behoeve van vliegtuigen die in een oceaanluchtverkeersleidingsgebied opereren luchtverkeersleidingsdiensten te verlenen.

4. Een houder van een aantekening bij een bevoegdverklaring die gedurende een periode van vier opeenvolgende jaren de aan die aantekening gekoppelde rechten niet heeft uitgeoefend, mag pas beginnen aan een opleiding voor een luchtverkeerseenheid met betrekking tot die aantekening nadat op afdoende wijze is vastgesteld of de houder nog voldoet aan de voorwaarden voor die aantekening bij de bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan de eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingseisen.