Art. 67 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Informatie over partijen

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. De marktdeelnemers verstrekken de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten bij de indeling van de visserij- en aquacultuurproducten in partijen en uiterlijk bij de eerste verkoop.

2. In aanvulling op lid 1 werken de marktdeelnemers de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde ter zake relevante informatie die voortvloeit uit het samenvoegen of splitsen van partijen visserij- en aquacultuurproducten, bij zodra deze informatie beschikbaar is.

3. Wanneer visserij- en aquacultuurproducten die afkomstig zijn van verschillende vissersvaartuigen of aquacultuurproductie-eenheden, na samenvoeging of splitsing van partijen na de eerste verkoop, met elkaar worden vermengd, moeten de marktdeelnemers in staat zijn elke partij van oorsprong op zijn minst aan de hand van het in artikel 58, lid 5, onder a), van de controleverordening bedoelde identificatienummer te identificeren en op grond van artikel 58, lid 3, van de controleverordening te traceren naar het stadium van de vangst of de oogst.

4. Middels de in artikel 58, lid 4, van de controleverordening bedoelde systemen en procedures moeten de marktdeelnemers de rechtstreekse leverancier(s) en koper(s) – behalve wanneer dit de eindconsument is – van de visserij- en aquacultuurproducten kunnen identificeren.

5. De in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten wordt verstrekt op het etiket of de verpakking van de partij, of aan de hand van een handelsdocument dat de partij fysiek vergezelt. Deze informatie mag op de partij worden aangebracht aan de hand van een identificatiedrager zoals een code, een streepjescode, een elektronische chip of een soortgelijk instrument of markeersysteem. De informatie over de partij blijft in alle fasen van de productie, verwerking en afzet beschikbaar zodat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten er op elk moment toegang toe hebben.

6. De in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten wordt door de marktdeelnemers aangebracht aan de hand van een identificatiedrager zoals een code, streepjescode, een elektronische chip of een soortgelijk instrument of markeersysteem:

a) met ingang van 1 januari 2013, voor visserijtakken waarop een meerjarenplan van toepassing is;

b) met ingang van 1 januari 2015, voor andere visserij- en aquacultuurproducten.

7. Indien de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie wordt verstrekt in een handelsdocument dat de partij fysiek vergezelt, wordt ten minste het identificatienummer op de overeenkomstige partij aangebracht.

8. De lidstaten werken met elkaar samen om ervoor te zorgen dat de informatie die op de partij is aangebracht en/of de partij fysiek vergezelt, toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat dan die waar de visserij- of de aquacultuurproducten in de partij zijn ingedeeld, met name wanneer deze informatie op de partij is aangebracht met identificatiedragers zoals codes, streepjescodes, elektronische chips of soortgelijke systemen. Marktdeelnemers die dergelijke systemen gebruiken, moeten garanderen dat deze systemen zijn ontwikkeld op basis van internationaal erkende normen en specificaties.

9. De in artikel 58, lid 5, onder d), van de controleverordening bedoelde datum van de vangsten kan meerdere kalenderdagen omvatten of één periode die overeenstemt met meerdere vangstdagen.

10. De in artikel 58, lid 5, onder f), van de controleverordening bedoelde informatie over leveranciers, heeft betrekking op de in lid 4 van het onderhavige artikel bedoelde rechtstreekse leverancier(s). De informatie mag, in voorkomend geval, worden verstrekt aan de hand van het identificatiemerk als bedoeld in bijlage II, sectie I, van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (29).

11. De in artikel 58, lid 5, onder a) tot en met f), van de controleverordening bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor:

a) geïmporteerde visserij- en aquacultuurproducten die zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van het vangstcertificaat overeenkomstig artikel 12, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (30);

b) in zoet water gevangen of gekweekte visserij- en aquacultuurproducten, en

c) siervis, schaal- en schelpdieren en weekdieren.

12. De in artikel 58, lid 5, onder a) tot en met h), van de controleverordening bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor visserij- en aquacultuurproducten van de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur.

13. Voor de toepassing van artikel 58 van de controleverordening wordt als geografisch gebied beschouwd:

a) het in artikel 4, punt 30, van de controleverordening omschreven betrokken geografische gebied: voor vangsten van bestanden of groepen bestanden waarvoor in de EU-wetgeving quota en/of minimummaten zijn vastgesteld, of

b) het in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2065/2001 van de Commissie (31) bedoelde vangstgebied: voor andere bestanden of groepen bestanden.

14. Onder de in artikel 58, lid 8, van de controleverordening bedoelde waarde van kleine hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten wordt verstaan de waarde bij rechtstreekse verkoop per vissersvaartuig, per kalenderdag en per eindconsument.

Vorige artikelen

Volgende artikelen