Art. 64 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Vaststelling van steekproefplannen
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. Onverminderd het gebruik van gegevens conform lid 5 moeten de steekproefplannen die de lidstaten op grond van artikel 55, lid 3, van de controleverordening moeten vaststellen om toezicht te houden op de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden door recreatievisserijvaartuigen, voorzien in de verzameling van tweejaarlijkse gegevens.
2. De in de steekproefplannen gebruikte methoden dienen duidelijk te worden vastgesteld en moeten, voor zover mogelijk:
a) op de lange termijn stabiel zijn;
b) binnen regio's gestandaardiseerd zijn;
c) overeenstemmen met de kwaliteitsnormen van ter zake relevante internationale wetenschappelijke instanties en, in voorkomend geval, van ter zake relevante regionale organisaties voor visserijbeheer waarbij de Europese Unie als overeenkomstsluitende partij of als waarnemer is aangesloten.
3. Het steekproefplan moet een steekproefopzet voor de raming van de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden bevatten, alsmede verwijzingen naar het gebruikte tuig en het onder het herstelplan vallende geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan.
4. De lidstaten stellen systematisch een raming op van de accuraatheid en de precisie van de verzamelde gegevens.
5. De lidstaten mogen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde steekproefplannen gebruik maken van de gegevens die zijn verzameld in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad (27) vastgestelde communautaire meerjarenprogramma, voor zover dergelijke gegevens beschikbaar zijn.
6. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer een lidstaat de recreatievisserij van onder een herstelplan vallende bestanden heeft verboden.