Art. 63 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Fysieke verificatie

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. Wanneer aan boord van een vissersvaartuig metingen van het voortstuwingsvermogen worden uitgevoerd in het kader van een fysieke verificatie van het vermogen van de voortstuwingsmotor overeenkomstig artikel 41, lid 2, van de controleverordening, mag het vermogen van de voortstuwingsmotor worden gemeten op het toegankelijkste punt tussen de schroef en de motor.

2. Indien het vermogen van de voortstuwingsmotor wordt gemeten achter het reductietandwiel moet de meting adequaat worden gecorrigeerd teneinde het vermogen van de voortstuwingsmotor te berekenen aan de uitgaande as van de tandwielkast overeenkomstig de definitie in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2930/86. Het met de tandwielkast samenhangende vermogensverlies dient in deze correctie te worden verrekend op basis van de officiële technische gegevens van de tandwielkastproducent.

Vorige artikelen

Volgende artikelen