Art. 139 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Algemene voorschriften voor de verlaging van vangstmogelijkheden vanwege overbenutting
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De omvang van de overbenutting van vangstmogelijkheden ten opzichte van de in artikel 105, lid 1, en artikel 106, lid 1, van de controleverordening bedoelde, voor een bepaalde periode beschikbare quota en visserijinspanningen, wordt vastgesteld op basis van de cijfers die beschikbaar zijn op de vijftiende dag van de tweede maand na het verstrijken van de gereglementeerde periode.
2. De omvang van de overbenutting van vangstmogelijkheden wordt vastgesteld ten opzichte van de vangstmogelijkheden waarover de betrokken lidstaat aan het einde van elke periode beschikt, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, het overdragen van quota overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (35), het toewijzen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 37 van de controleverordening en het verlagen van de vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 105, 106 en 107 van de controleverordening.
3. Het ruilen van vangstmogelijkheden voor een bepaalde periode overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 is niet toegestaan na de laatste dag van de eerste maand na het verstrijken van die periode.