Art. 138 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Intrekking van de financiële bijstand

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. Indien de betrokken lidstaat tijdens de schorsingsperiode nog steeds niet in de zin van artikel 103, lid 2, van de controleverordening kan aantonen corrigerende maatregelen te hebben genomen om de situatie die aanleiding heeft gegeven tot het schorsingsbesluit, recht te zetten, kan de Commissie deze lidstaat in kennis stellen van haar voornemen een intrekkingsbesluit vast te stellen. Artikel 136, leden 2 en 3, van de onderhavige verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Indien de betrokken lidstaat niet op het in lid 1 bedoelde verzoek van de Commissie reageert, of een onbevredigend antwoord geeft, kan de Commissie op basis van de op dat moment beschikbare informatie een besluit vaststellen om de reeds geschorste betalingen aan die lidstaat geheel of gedeeltelijk in te trekken.

3. In het in lid 2 bedoelde intrekkingsbesluit kan onder meer worden bepaald dat eventuele voorschotten op de financiële bijdrage die reeds zijn betaald voor onder een schorsingsbesluit vallende projecten in het kader van artikel 8, onder a), van Verordening (EG) nr. 861/2006, geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.

4. Het in te trekken deel van de geschorste betalingen wordt vastgesteld door een percentage toe te passen dat wordt bepaald met inachtneming van de in artikel 103, lid 5, van de controleverordening bedoelde criteria.

5. Het terug te vorderen bedrag van de voorschotten op de financiële bijdrage voor onder een schorsingsbesluit vallende projecten wordt aan de Commissie terugbetaald in het kader van een terugvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 861/2006 en artikel 72 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

Vorige artikelen

Volgende artikelen