Art. 136 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Uitstel van betaling
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De in Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (34) bedoelde gedelegeerde ordonnateur kan de betaling maximaal zes maanden uitstellen als:
a) wordt geconstateerd dat de GVB-regels niet worden nageleefd, of
b) de gedelegeerde ordonnateur aanvullende verificaties moet uitvoeren op basis van constateringen die wijzen op tekortkomingen in de controleregeling van een lidstaat en/of niet-naleving van de GVB-regels op het gebied van visserij- en visserijgerelateerde activiteiten.
2. De betrokken lidstaat wordt overeenkomstig artikel 103, lid 3, van de controleverordening schriftelijk in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel van betaling. Deze lidstaat wordt verzocht om de Commissie uiterlijk één maand na ontvangst van dat schrijven in kennis te stellen van de corrigerende maatregelen en/of de in bijlage XXXI bij de onderhavige verordening bedoelde informatie inzake de financiële bijstand die is toegekend voor de visserijgerelateerde activiteiten waarop de niet-naleving betrekking heeft.
3. Indien de betrokken lidstaat niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn op het verzoek van de Commissie reageert of een onbevredigend antwoord geeft, kan de Commissie een herinnering sturen waarin de antwoordtermijn met maximaal 15 dagen wordt verlengd.
4. Het uitstel wordt beëindigd wanneer de lidstaat in zijn antwoord aantoont dat hij corrigerende maatregelen heeft genomen om de naleving van de GVB-regels te garanderen, of dat de constateringen die zouden wijzen op tekortkomingen in het controlesysteem van die lidstaat en/of niet-naleving van de GVB-regels voor visserijactiviteiten en visserijgerelateerde activiteiten niet gefundeerd zijn.