Art. 10, Vergoedingen
De lidstaten kunnen in voorkomend geval van de aanvragers vergoedingen verlangen voor de behandeling van hun aanvraag overeenkomstig deze richtlijn. De hoogte van dergelijke vergoedingen is evenredig en kan gebaseerd worden op de feitelijke diensten die voor de verwerking van de aanvraag en de verstrekking van de vergunning werden geleverd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 19 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3764
- ABRvS 20 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:144
- Rb. Den Haag 27 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:13006
- Rb. Den Haag 5 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10774
- Rb. Den Haag 26 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:930
- Rb. Den Haag 10 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:13810
- Rb. Den Haag 17 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9595
- Rb. Den Haag 23 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14707